Elfstedentochten in de 18e en 19e eeuw
Auteur Ron Couwenhoven
“Zeker Heer is van Bolsward gistermorgen om 5 Uuren op schaatsen uit gereden en dezelfde avond om ½ 7 Uuren weer te Leeuwarden gearriveerd.”
Dit korte bericht in de Leeuwarder Courant is één van de oudste berichten over Friese monstertochten. Het ging hier om burgemeester Koopman, die op één dag heen en weer naar ’s-Gravenhage schaatste. Slechts uitzonderlijke schaatsberichten drongen toen tot het blad door.
De rijtijd van 13 uur en 30 minuten was uitstekend. Koopman was niet de eerste Fries die zo’n monstertocht ondernam. Al in 1749 maakt Boelardus Augustinus van Boelens in een gedicht melding van de Elfstedentocht. Deze Leeuwarder advocaat schreef onder de naam Bornius Alvaarsma veel gedichten over het boerenleven in zijn provincie. In de dichtbundel ‘De winter in drie zangen’ schreef hij over ene Pier, de ‘ellef Steden van Friesland, op een dag , heeft in het rond gereden’.
In de herberg De Oliekoek van Vetlap van den Hoek in Bolsward legde Pier nog even aan om wat te eten. Ook deze summiere verwijzing wees er dus op dat er al vroeg in de achttiende eeuw op één dag langs de elf steden van Friesland werd geschaatst. Maar op 26 januari 1763 werd de eerste exacte melding gemaakt van een dergelijke tocht.
Deze winter was er ook uitstekend geschikt voor. Op 20 december 1762 viel de vorst in, die ruim een maand – tot 23 januari – stand hield. Echt hard vroor het nooit. Op 5 januari werd in Haarlem een temperatuur van – 12 graden gemeten. Daarmee was de laagste temperatuur in deze winter bereikt. Maar het vroor in elk geval zo stevig, dat de Zuiderzee en Waddenzee dicht vroren. Het Amsterdamse beurtschip op Hamburg raakte met een lading ter waarde van 100.000 gulden vast in het ijs voor de Duitse kust, waarop de reders besloten een honderdtal vissers in te huren, die er tegen een beloning van 3300 gulden in vier dagen tijd in slaagden een geul open te hakken en zagen, zodat het schip in een veilige haven kon worden gebracht. In Amsterdam ontstond groot gebrek aan water, doordat de waterschuiten vanuit Weesp niet konden varen. Op de Zuiderzee werd druk geschaatst. De tocht van de Friese kust naar de Hollandse steden Medemblik en Enkhuizen was razend populair. De Hollanders lieten zich trouwens ook niet onbetuigd en trokken massaal naar Friesland. Als souvenirs namen ze zilveren voorwerpen mee terug. De vraag was zo groot, dat de zilversmeden in Workum, Hindeloopen en Stavoren de vraag niet meer aan konden en hun voorraden moesten aanvullen door grootscheeps in te kopen in steden als Sneek en Leeuwarden.
De schaatstocht van de Heer van Bolsward kon op de 25ste januari nog net. Het was toen al dooi-weer, maar de ijsvloer was overal zeer dik. In het Spaarne bij Haarlem werd liefst 16,5 voet – zo’n 50 centimeter - gemeten.
1809 – De tocht van Pals Andries en Pals Geerts
De eerste namen van Elfstedenrijders doken al op in januari 1809. De 28-jarige Pals Andries Visser uit Baard en de toen 24-jarige Pals Geerts Bleeksma uit Deersum bonden toen de schaatsen onder voor een tocht, die zij in Deersum startten. Ze schaatsten eerst naar Leeuwarden en volgden daarna de gebruikelijke route om de noord via Dokkum.
J. M. Bleeksma, een familielid van Pals Geerts, meldde de historische tocht van de beide Palsen op 12 januari 1909 nog eens in de Leeuwarder Courant.De Elfstedentocht van beide heren kwam dus pas honderd jaar na dato in de publiciteit.
Voor een uitgebreid artikel over hen zie het artikel Pals Geerts Bleeksma, de eerste bekende Elfstedenrijder.
1891 – Topjaar voor Elfstedenrijders
tijdens zijn Elfstedentocht op 3 januari 1891
Veel rijders bewaarden het briefje, waarop zij hun doorkomsten in de elf steden lieten aftekenen. Meestal door kasteleins. Marten Luitzens Kingma uit Jellum deed dat met zijn vrienden Anne Johannes de Groot uit Deerzum en Johannes Sjoerds Santema uit Bozum op 10 januari 1891 ook. ’s Ochtends om zeven minuten voor vier gingen zij van huis. Een kwartier later stonden de mannen op de schaats op het Weidummerhout. In Dokkum lieten zij hun controle-brief voor het eerst aftekenen. Logementshouder S. Jaarsma zette om 7.22 uur zijn handtekening. Dertien minuten later vertrok het drietal weer richting Leeuwarden, waar ze om 9.15 uur een handtekening kregen van logementshouder De Jong (met de aantekening: tegenwoordig R. Kuiper).
Als bijzonderheid noteerde Marten Kingma nog dat zij er ’s ochtends bij de passage van Leeuwarden richting Dokkum getuige van waren dat ‘dezen dag een arreslede vertrok van Leeuwarden naar Dokkum, aangespannen met vier paarden en beladen met 8 personen.’ Het ijs was dus nog van beste kwaliteit.
De tocht van de drie vrienden duurde alles bij elkaar 17 uur en 25 minuten. ’s Avonds om 9.37 uur lieten zij door de logementshouder A. van der Zijl uit Sneek de laatste handtekening zetten. Ze schaatsten dus niet meer van Sneek naar Leeuwarden, maar keerden wel op de schaats terug naar Weidummerhout, waar ze om 23.20 uur afbonden. Ze hadden in totaal 19 uur en 20 minuten op de schaats gestaan, waar 2 uur en 30 minuten vanaf moesten worden getrokken voor de rustpauzes.
Bovendien verdwaalden ze op het Slotermeer, waardoor ze ruim een uur verkeerd reden. “Deze dag is erg mistig geweest” noteerde Kingma.
Zoals Kingma en zijn vrienden waren er in de ongekend felle winter van 1890 – 1891 tallozen. Voor het eerst werd massaal langs de elf steden geschaatst. Pas vanaf 1844 waren met regelmaat berichten terug te vinden over Elfstedenrijders. Maar tot 21 december 1890 waren het er toch niet meer dan dertig.
Van hen was Douwe H. Joustra van Dronrijp een fenomeen. Hij schaatste in 1848, 1864 en 1871 de 200 kilometer lange tocht. De kunstschilder Willem Troost uit Den Haag was de eerste ‘buitenlander’, die de uitdaging aanging en volbracht. Hij deed het op 21 januari 1864 en had liefst 22 uur nodig om de tocht te volbrengen. Hij woonde overigens toen al jaren in Leeuwarden.
tijdens zijn Elfstedentocht op 21 december 1890
De 21ste december 1890 is ongetwijfeld de meest markante datum uit de voorgeschiedenis van de Elfstedentocht. Die dag bond de 24-jarige Pim Mulier zijn schaatsen onder in Leeuwarden. Twaalf uur en 55 minuten later was hij weer terug in de Friese hoofdstad. Onderweg liet hij overal zijn controlekaart aftekenen, zoals in Hindeloopen in de Wijnberg bij de bejaarde weduwe Boer ‘wier gracieuse handteekening nog steeds in m’n bezit is’, schreef Mulier vijf jaar later in zijn beroemde boek ‘Wintersport’. Mulier richtte tal van sportbonden in ons land op en zou in 1908 als secretaris van de Nederlandsche Bond voor Lichamelijke Opvoeding de stoot geven tot de organisatie van de eerste officiële Elfstedentocht. Hij stelde ook het beroemde Elfstedenkruisje als herinnering voor de uitrijders beschikbaar. Volgens de legende was zijn tijd lang een record.
Onderzoek voor dit boek wijst echter uit dat het record van Mulier nauwelijks een dag stand hield! Op 22 december schaatsten Douwe Visser en Ruurd van Dijk uit Midlum, een dorp tussen Harlingen en Franeker, in 12 uur en 30 minuten langs de Elfsteden. Over hun prestatie kan nog gezegd worden dat niet bekend is hoe hun route precies liep. Veel Friese schaatsenrijders vertrokken vanaf hun huis, zochten de route op en reden dan rond, waarbij zij onderweg in alle steden handtekeningen haalden bij kasteleins.
Op 6 januari 1891 – veertien dagen later – schaatsten Douwe en Ruurd de tocht nogmaals. Dit keer gingen ze in 12 uur rond. Zij startten deze dag in Franeker, schaatsten eerst naar Leeuwarden en Dokkum en eindigden uiteindelijk in Harlingen. Vermoedelijk lieten zij hun tijdmeting in gaan bij het vertrek vanuit Midlum. In elk geval schaatsten zij aanzienlijk sneller dan Mulier, maar die had ook al aangegeven dat zijn tijd nog wel wat sneller had kunnen zijn, als hij niet onderweg veel tijd had verspeeld met rustpauzes, zoals in Bolsward waar zijn gids door een misverstand te laat kwam en vijf minuten na het vertrek ook nog terug moest naar de stad wegens een defect aan zijn schaats. Dat alleen betekende een oponthoud van 40 minuten. Bovendien meldde Mulier later dat hij zijn gids hem bijna niet kon bijhouden, zodat hij hem aan de stok nam en ‘tot Sloten moest slepen.’
Op dezelfde dag als Douwe en Ruurd schaatsten M. Prins en J. Wobma uit Menaldum de tocht in 12 uur en 25 minuten. Zij deden er dus een half uurtje korter over dan Mulier. Het terpdorp waar zij woonden, ligt halverwege Leeuwarden en Franeker vrijwel aan de Elfstedenroute van toen, zodat zij de volledig 200 kilometer aflegden.
In deze extreme winter noteerde kastelein J. Heslinga uit IJlst alle namen van de Elfstedenrijders, die in zijn Stadsherberg een handtekening kwamen halen. Het waren er in totaal 202 en dat waren ze nog niet eens allemaal, want een man als Pim Mulier ontbrak op zijn lijst.
Dat kwam vermoedelijk, omdat Heslinga pas begon met zijn opmerkelijke registratie toen de stroom Elfstedenrijders dagelijks aanzwol en niet meer te stuiten was, want Mulier schreef in zijn boek ‘Wintersport’: “We kwamen te 4 uur en 45 min. te Sloten, waar mijn geachte neef Haersma de With mijn paspoort afteekende, met de in de gegeven omstandigheden lastige vraag: ‘Blijf je eten?’ Doch voort gingen we weer, nu op IJlst aan, waar we te 5.50 uur aankwamen. Hier zeide ik mijn trouwen gids vaarwel en na hem betaald en een flinken handdruk te gegeven te hebben was ik te 6 uur precies aan de stadsherberg te IJlst gecontroleerd door J.S. Heslinga.”
Men schat dat er deze winters ruim 500 schaatsenrijders langs de elf steden trokken.
De grote drukte op het Elfstedenijs werd ook in Sloten geconstateerd. De plaatselijke correspondent van de Leeuwarder Courant meldde: Het grote aantal personen dat in de laatste dagen in onze stad aankwam, als bezoekende per schaats de elf steden der provincie, was belangrijk groot. Zo hebben zaterdag j.l. meer dan 80 personen dien tocht volbracht.”
Foeke van der Wal uit Sloten hoorde er deze 27ste december 1890 ook bij. Weliswaar staat niet vast dat al deze rijders de tocht ook hebben volbracht, maar er kan moeilijk worden aangenomen dat de zes geregistreerde volbrengers van deze dag de enigen waren.
Namen Elfstedenrijders negentiende eeuw
Elfstedenrijders die in de negentiende eeuw werden geregistreerd in de Leeuwarder Courant en de Franeker Courant (deze zijn cursief gezet) zijn te lezen in het Overzicht Elfstedenrijders 19e eeuw. In dit overzicht zijn van hen opgenomen de datum, naam, woonplaats, start- en finishplaats en start-, finish- en rijtijd.
De lijst van kastelein Heslinga uit IJlst in de winter 1890-1891
Kastelein Jan Heslinga uit IJlst hield in de winter van 1890-1891 een lijst bij van alle rijders, die in zijn herberg kwamen voor een handtekening, omdat zij bezig waren met het schaatsen van de Elfstedentocht. In totaal noteerde hij 221 namen. Ook legde hij voor het eerst vast dat er vrouwen mee schaatsten met hun echtgenoten, maar de namen van de dames schreef hij niet op. Heslinga noteerde eenvoudig achter de namen van de mannen ‘en vrouw’. Aan de hand van de gegevens uit de Leeuwarder Courant weten we dat op 28 december 1890 de zwagers Hessel Sjoerds Hoekstra uit Irnsum en Klaas Ypes Reitsma uit Leeuwarden met hun echtgenotes, de zusters Lysbeth en Akke Sipkes Swierstra de tocht volgbrachten in 14 uur en 30 minuten. Hessel en Lysbeth waren op 2 september 1880 getrouwd in Rauwerderhem, toen ze 20 en 21 jaar oud waren. Toen het echtpaar eind 1890 de Elfstedentocht schaatste had Lysbeth al het leven geschonken aan drie kinderen: een zoon en twee dochters.
Akke Swierstra was tijdens haar Elfstedentocht 21 jaar oud. Zij werd geboren op 22 september 1869. Van haar echtgenoot Klaas Reitsma zijn geen gegevens gevonden.
Akke en Lysbeth Sipkes Swierstra waren de eerste vrouwen, waarvan bekend is dat zij de 200 kilometer lange monstertocht door Friesland volbrachten
Op de lijst van Heslinga komen in totaal 110 mannen en vijf vrouwen voor, die ook in de Leeuwarder Courant vermeld werden en drie die in de Franeker Courant werden gemeld. Van de 108 schaatsenrijders, die niet terug gevonden konden worden in de berichten in de Leeuwarder Courant kan niet worden vastgesteld of zij de tocht ook inderdaad hebben volbracht.
De rijders uit 1890-1891 die zijn geregistreerd zijn te lezen in het Overzicht rijders lijst Heslinga.