Elfstedentocht 1963

18 januari 1963, de dag van Reinier Paping (2)

Auteur Ron Couwenhoven

'Er zat niets anders op dan door te gaan'
Toen rond het middaguur Nederland via het rechtstreekse radioverslag van Arie Kleywegt er achter kwam dat ene Reinier Paping uit Ommen bezig was naar een historische overwinning in de Elfstedentocht te schaatsen, besloten zijn echtgenote Joke en zijn vader zich naar Leeuwarden te spoeden.

De glorieuze aankomst van hun Reinier wilden ze voor geen prijs missen. Bovendien reden er nog drie broers van Reinier ook mee in de toertocht. De familie Paping had dus alle reden om naar de Friese hoofdstad te gaan.

De stempelkaart Elfstedentocht 1963
van Reinier Paping

De winnaar zelf keek verrast op, toen hij aan de finish zijn vrouw in de menigte ontdekte. Hij viel in haar armen en merkte onmiddellijk op: 'Fijn, dat je er bent.'

'Tja,' zei Joke. 'We hadden afgesproken dat ik naar Leeuwarden zou gaan als hij zo rond half twaalf, twaalf uur in de kopgroep zat. Maar ons zoontje Roald is net zeven maanden en die kon ik niet zomaar alleen laten. Maar ja, toen we op de radio hoorden dat hij alleen op kop lag, toen was er natuurlijk geen houden meer aan.'

Ook de broers van de winnaar waren aan de finish. De 43-jarige Richard, de 41-jarige Bernard en de 23-jarige Hans waren alle drie in de toertocht gestart, maar toen ze onderweg hoorden dat Reinier eenzaam en alleen op weg was naar de overwinning, staakten ze spoorslags de strijd en haastten zich naar De Groene Weide, omdat ze dat glorieuze moment van de aankomst voor geen prijs wilden missen.

Reinier Paping ging als outsider van start. In de Ronde van Langweer was hij voorin geëindigd en jaren eerder was hij nog lid geweest van de kernploeg van de schaatsenrijdersbond. Maar nu was hij 31 jaar. Te oud voor een carrière op de langebaan. Paping was opgeleid tot sportleraar, maar werkte in de zaak van zijn vader. Dat was een manufacturier uit Dedemsvaart en in zijn winkel runde Reinier al de sportafdeling. Zelf woonde hij niet meer in het dorp, want er was geen huis voor hem beschikbaar toen hij trouwde. Dedemsvaart en omgeving hadden nog volop af te rekenen met de woningnood. Daarom had hij met Joke en zijn pas geboren zoontje zijn intrek in een zomerhuisje in Ommen genomen. De plannen om naar Zwolle te verhuizen om daar een eigen sportzaak te beginnen waren al klaar.

Hij kwam uit een echte schaatsfamilie. Zijn vader was een goed rijder en zijn grootvader bond op zijn zeventigste nog de gladde ijzers onder.

De winnaar had weinig commentaar op zijn zege. 'Ik ben wel acht keer gevallen. Vooral op mijn rechter elleboog,' zei hij. 'Ik wist dat bij Witmarsum het zwaarste stuk van de route lag. Ik was daar een beetje achterop geraakt en toen ik terug kwam ben ik door gegaan. Bij Harlingen hoorde ik tot mijn stomme verbazing dat ik vier minuten voorlag. Ik vond het een enorm waagstuk om alleen aan de tocht naar Dokkum te beginnen. Ik wist dat er slecht ijs lag en dat ik vrijwel alles tegen de wind in moest rijden, maar goed, in Franeker had ik tien minuten voor en dat was toch een heel eind. Er zat gewoon niets anders op dan alleen te blijven rijden en maar te zien hoe het zou aflopen.'

Dedemsvaart stond die dag op zijn kop. In de confectiezaak van de Paping’s aan de Julianastraat werd het een heksenketel en de huiskamer stroomde in de loop van de dag stampvol. Zuster Willy had de oppas over Roald op zich genomen. Omstreeks tien uur ’s avonds vertrok de winnaar uit Leeuwarden naar huis, maar zijn aanwezigheid werd onmiddellijk door zijn dorpsgenoten opgeëist. Het dorpshuis ‘Ons Centrum’ in Dedemsvaart was als bij toverslag omgetoverd in een lustoord vol bloemen, fruitmanden en andere geschenken van de plaatselijke bevolking.

Middenin de nacht werd de nieuwe Elfstedenheld met zijn familie opgewacht door muziekvereniging Jubel en vertegenwoordigers van de ijsclubs ‘6 en 7’ en ‘Oud-Avereest’. Deputaties van andere sportclubs waren ook aanwezig en burgemeester jonkheer snoeck Hurgronje stak een feestrede af, terwijl declamator Peter Ruijf een lofdicht op de prestaties van Reinier Paping ten gehore bracht.

De gemeentes Ommen en Dedemsvaart betwisten elkaar inmiddels de eer wat nu eigenlijk precies de woonplaats van de nieuwe nationale held was. Burgemeester mr. C.D. Reeuwijk van Ommen  overhandigde een enveloppe met inhoud en deelde mee dat er zo snel mogelijk een einde aan het woningprobleem van het jonge gezin Paping zou worden gemaakt. Dat was wel nodig ook, want in het zomerhuisje met de fraaie naam Huize Dalkruid bleek laat in de nacht van van deze triomfdag de waterleiding bevroren. Gedeputeerde Staten van Overijssel wenste de kampioen ’s maandag op het provinciehuis te ontvangen. Televisie-programma’s, reclame-bazen en verslaggevers uit het hele land spoedden zich richting Ommen.

'Het is net of ik droom,' kon de Elfstedenwinnaar de volgende dag alleen maar uitbrengen en tegen zijn vrouw merkte hij verwonderd op: 'Ik ga maar even een rondje door de bossen lopen, want de benen doen nog wat zeer en de rug is ook nog wat gevoelig.'

Bovenkant van de pagina