P.J. Adrian grondlegger van de NVBHS

 

P.J. Adrian
voorzitter NVBHS
foto 1919

Auteur Ron Couwenhoven, 2026

De Nederlandsche Vereniging tot Bevordering van het Hardrijden op de Schaats werd op 5 mei 1929 in hotel l'Europe in Utrecht opgericht. De vergadering werd uitgeschreven door Philip Johannes Adrian uit Den Haag. De NVBHS zou tot 1964 een vaak keiharde strijd voeren met de KNSB om tot betere trainingen van hardrijders te komen. Die vijfde mei was ongetwijfeld een historische dag voor het hardrijden op de schaats in Nederland, want die dag werd de basis gelegd voor het hedendaagse topschaatsen.

Adrian trad zelf als voorzitter van de vergadering op en legde om kwart over één 's middags uit waarom hij zijn opmerkelijke initiatief had genomen. De notulen van de 'Club met de Lange Naam', zoals de vereniging al snel bekend werd, zijn bewaard gebleven. De eerste vergadering van Belangstellenden voor het Hardrijden op de Schaats werd als volgt geregistreerd:

'Den heer Adrian geeft nogmaals een korte uiteenzetting over het doel van deze samenkomst en legt er de nadruk op dat indien eventueel tot oprichting van een vereeniging mocht worden besloten het streven zal zijn om niet te ageeren tege4n de KNSB, maar integendeel gestreefd zal worden naar een goede en prettige samenwerking. Spreker licht toe dat er veel te weinig Nederlandsche hardrijders op de schaats zijn die hun land in het buitenland vertegenwoordigen en dat door de KNSB niet genoeg gedaan wordt om hierin verbetering te brengen.

Naar aanleiding hiervan ontspint zich nog al enige discussie en trachtten de heeren Taconis, Wildervanck de Blécourt, alsmede Bolt aan te toonen dat de heer van Laer, penningmeester der KNSB in geen geval tot samenwerking met de evnetueel op te richten vereeniging bereid zal zijn. Nog enkele heren, waaronder S. Heiden zijn nogal pessimistisch gestemd omtrent dat punt.'

Adrian verzocht de aanwezigen te gaan staan als ze tegen de oprichting van de vereniging Tot Bevordering van het Hardrijden op de Schaats waren op te staan. Alle achttien aanwezigen bleven zitten. Het voorlopige bestuur werd als volgt samengesteld: P.J. Adrian, voorzitter, J.M. Velthuis, secretaris, W.H. Taconis, lid, J.M. Jansen lid en als commissarissen de heren Bolt, Mettes, Taconis en Krul.

P.J. Adrian
op de racefiets, 1893

Taconis uit Heerenveen was zelf hardrijder. Net als Gerrit Mettes, van wie kleindochter Yvonne van Gennip in 1988 drievoudig Olympisch kampioene zou worden. Jansen was net als Jan Bolt trainer. De ook aanwezige Siem Heiden was één van de beste hardrijders van Nederland.  Maar wie was P.J. Adrian?

Hij werd op 21 augustus 1874 in Amsterdam geboren en was dus al 55 jaar toen hij het voorzitterschap van de NVBHS op zich nam. In 1893 had hij zijn debuut in de sportwereld gemaakt op een racefiets. Hij ontwikkelde zich tot een redelijk renner, maar volgens George Hoogenkamp, die in 1917 het standaardwerk Een halve eeuw wielerpsport publiceerde bleef hij altijd een tweede klasser. Maar Adrian haalde wel gelijk internationaal succes met overwinningen in Berlijn en Kopenhagen en hij werd in 1895 derde in het kampioenschap van Nederland op de weg na Van der Meij en Witteveen. Zijn carrière als bestuurslid begon in 1908 toen hij voorzitter werd van de Nederlandsche Wielerbond. Hij bleef ook toen actief als veteraan, want op 8 juli 1917 werd hij nog veteranenkampioen van Nederland dat op de route Amersfoort - Enschede over 120 kilometer werd verreden. Hij sponsorde dat jaar de HIMA rondrit, een propagandatocht met topwielrenners die door heel Nederland fietsten, en zelf reed hij zonder strafpunten de 24 uursrit vanuit Den Haag uit. Deze non-stopfietstocht over meer dan 300 kilometer werd in de stromende regen gereden.

P.J. Adrian
langebaankampioenschap van Gelderland 1929

Adrian was ook een tijd actief in de bokswereld, waarin hij voorzitter van de strafcommissie van de boksbond was, en voorzitter van de ANWB. En hij hield zich actief bezig met schaatsenrijden. In de winter van 1929 ging hij zelfs nog van start in het langebaankampioenschap van Gelderland.

Hij had veel kennissen in het kleine schaatswereldje. Eén van hen was de bekende sportverslaggever Joris van den Bergh, die net als hij in Den Haag woonde. Zij kenden elkaar ook uit de wielerwereld en samen trainden zij op het ijsbaan van de Haagsche IJsbaan zodra dat mogelijk was. Zij vormden al in 1912 een exclusief clubje met mannen als Pim Mulier, die zich voorbereidde op de Elfstedentocht van dat jaar. Ook de ex-wielrenners Kobus Vrouwes en J.D. Rolandus Hagedoorn waren er bij. Ze liepen dagelijks een paar kilometer hard en voetbalden samen.

Adrian was toen al sinds 1898 directeur van de Haagse Automobiel Maatschappij en een geslaagd zakenman, maar hij bleef altijd bijzonder geïnteresseerd in de sport. Zo won hij in 1921 een Delahay 18 pk de recordrit Parijs - Den Haag, waarbij hij de 425 kilometer in 12 uur aflegde.

Toen na de wonderwinter van 1929 KNSB-penningmeester Gerrit van Laer in een interview in het Algemeen Handelsblad verklaarde dat het droevig gesteld was met de hardrijders in Nederland, omdat zich in deze strenge winter geen enkel nieuw talent naar voren was gekomen, was voor Adrian de maat vol. In het 47-jarige bestaan van de Schaatsenrijdersbond waren er nooit trainers actief ingezet om verbetering in de situatie aan te brengen. Van Laer selecteerde - en betaalde als dat nodig was ook de reizen - persoonlijk de rijders die zich mochten gaan oefenen in het Zwitserse Davos, waar hij zelf zijn lange vakanties vulde met optredens als jurylid bij schaatswedstrijden.

De Amsterdammer 'regeerde' vrijwel in zijn eentje het schaatsenrijden in ons land. Zijn wil was wet als het om uitzending van rijders ging.

Adrian was het totaal niet eens met de keuze van het trainingsoord. In Davos moesten de rijders als het ware de kunst maar afkijken van de kampioenen die daar kwamen, maar de meeste toprijders kwamen uit Noorwegen en volgens de Haagse autohandelaar moest men dus in Noorwegen zijn om er echt goed te trainen. In 1925 ging hij er persoonlijk heen om te kijken wat de Noorse hardrijders in hun trainingen deden. Jan Bolt, uitvinder van de zgn. droogtraining, was er ook bij. Na terugkeer meldde Adrian: 'Eén ding is wel duidelijk geworden. De rijders moeten hierheen om de goede slag af te kijken.' Zelfs trainer Jan Bolt, in zijn jonge jaren een prima kortebaanrijder, was om. Hij leerde er van meervoudig wereldkampioen Oscar Mathisen dat de Noren op schaatsen reden, die maar over een lengte van ijs centimeter op het ijs kwamen, terwijl hij zelf altijd aan zijn pupillen had geleerd dat hun ijzers veel vlakker geslepen moesten worden.

Het was dus geen wonder dan Adrian en Bolt vier jaar later tot de oprichters van de NVBHS behoorden en dat er behoefte aan de club was bleek wel, want binnen een jaar waren er 135 leden en 25 donateurs.

P.J. Adrian, de oprichter van de NVBHS
foto 1914

 

Bovenkant van de pagina