Geschiedenis Langebaan in Nederland

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis Nederland
  3. Ontwikkeling in het langebaan schaatsen
  4. Topsport, Nederland schaatsland

Algemeen

Coen de Koning
Jaap Eden

Sinds 1882 hebben heel wat Nederlanders aansprekende overwinningen geboekt. Bekende namen uit het verre verleden zijn: Jaap Eden, Coen de Koning, Jan Langedijk, Wim van der Voort en Kees Broekman.

Tot 1960 hebben vooral de Noren het langebaanschaatsen beheerst. Sinds het kunstijsbaan tijdperk, dat in 1962 in Nederland begon, grossierden Nederlandse schaats(t)ers in Europese, wereld- en Olympische titels.

Het langebaanschaatsen is een discipline in het hardrijden op de schaats, een tak van de schaatssport. Langebaanschaatsen wordt beoefend op een al dan niet overdekte ijsbaan van 400 meter.

Binnen het langebaanschaatsen zijn verschillende disciplines met ieder hun eigen afstanden. Op de supersprint worden de 100 en 300 meter gereden, bij de sprint wordt 500 of 1000 meter afgelegd. De middellange afstanden zijn de 1500 en de 3000 meter, de 5000 en 10000 meter behoren tot de lange afstanden. Ten slotte is er de ploegenachtervolging.

Geschiedenis Nederland

‘Hardrijderijen’, zoals schaatswedstrijden vroeger werden genoemd, werden steeds populairder.

Rond 1850 werden overal in Nederland ijsverenigingen opgericht, die zorgden voor een ijsbaan waarop in de winter wedstrijden konden worden gehouden. In 1882 werd door tien van die ijsverenigingen een landelijke bond opgericht. Die bestaat nu nog steeds: de KNSB.

In 1891 organiseerde de Amsterdamsche Sportclub het eerste ‘wereldkampioenschap’, al heeft de Internationale Schaats Unie (die bestond toen nog niet) pas in de vorige eeuw officiële wereldkampioenschappen erkend. Wie de eerste wereldkampioen was? De Amerikaan Jos Donoghue. In 1892 werd de voorloper van de ISU opgericht, waarvan de voorzitter Pim Mulier werd. Pim Mulier staat in Nederland bekend als één van de belangrijkste personen in de sport zoals we die nu kennen. Al snel werd een Nederlander een absolute wereldtopper. Jaap Eden uit Haarlem werd in 1893, 1895 én 1896 wereldkampioen. Voor die tijd was zijn schaatstechniek heel erg goed. Maar tot 1950 waren het vooral de buitenlandse schaatsers die veel titels pakten. Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar verandering in. In 1952 pakten Kees Broekman en Wim van der Voort de eerste Nederlandse Olympische medailles. Daarna behoorde Nederland steeds meer tot de wereldtop in het schaatsen. Tien jaar later werd dan ook de eerste 400 meter-kunstijsbaan in Nederland geopend. Daardoor konden Nederlanders nu in eigen land regelmatig trainen, ook als er geen natuurijs lag. Die baan bestaat nu nog steeds: de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Zoals je misschien weet is de Jaap Edenbaan niet overdekt. Dat komt omdat pas in 1986 de eerste ijsbanen een dak kregen. Het voordeel daarvan is dat de omstandigheden beter beheersbaar zijn en dat iedereen daarmee eerlijke kansen heeft. Én dat er snellere tijden worden gereden.

De schaatsschuif van de Hema uit 1987

De Nederlanders begonnen vanaf medio jaren zeventig van de 20e eeuw massaal op de televisie naar internationale schaatswedstrijden te kijken. Er werd veel reclame voor gemaakt door diverse bedrijven. Zo bracht de Hema in 1987 (gratis) een schaatsschuif uit. Daarmee kon men de ronde tijden van de rijders volgen en snel inschatten of rijders kansrijk voor de titel waren. De Hema bracht er eentje uit voor de 5 km en eentje voor de 10km.

De misschien wel bekendste schaatsers uit de Nederlandse geschiedenis zijn Ard Schenk en Kees Verkerk. Zij domineerden wereldwijd tussen 1964 en 1972 en stonden al gauw bekend als ‘Ard en Keessie’. Latere winnaars van internationale titels zijn bijvoorbeeld Bart Veldkamp, Rintje Ritsma en Sven Kramer. Bij de vrouwen was Stien Kaiser de eerste wereldkampioene uit Nederland (in 1965), later volgden Atje Keulen-Deelstra en Yvonne van Gennip. Die laatste won bij de Olympische Winterspelen in Calgary maar liefst drie gouden medailles! Met bijvoorbeeld Annamarie Thomas en Ireen Wüst haalde Nederland bij de vrouwen ook later nog veel succes. Op de langebaan zijn er verschillende onderdelen waarop wedstrijden worden gereden.

Zo kennen we het ‘allrounden’, waarbij een kampioenschap wordt verreden over vier afstanden:

Mannen: 500, 1500, 5000 en 10000 meter.

Vrouwen: 500, 1500, 3000 en 5000 meter.

Verder zijn er kampioenschappen op losse afstanden (ook op de Olympische Spelen wordt er alleen maar om losse afstanden gestreden), en kampioenschappen sprint, waarbij alleen de 500 en 1000 meter worden gereden. Nog niet zo oud is ook het onderdeel ‘ploegenachtervolging’, het enige teamonderdeel in het langebaanschaatsen. Dit werd in 2006 in Turijn voor het eerst bij de Olympische Spelen gereden.

 Jaap Eden werd geboren in de stad Groningen (19 Oktober 1873, overleden 2 Februari 1925) als zoon van Johannes Eden en Maria Baale. Zijn moeder overleed bij zijn geboorte en zijn vader had geen tijd om alleen voor hem te zorgen. Hij groeide daarom op bij zijn grootouders die in Santpoort hotel Velserend exploiteerden. Hij bracht in zijn jeugd al veel tijd door met sporten in en rond de Kennemer- duinen, waar hij de basis legde voor zijn latere sportcarrière. Korte tijd (rond 1890) speelde Jaap Eden voetbal bij HFC Haarlem.

Op 15-jarige leeftijd werd hij ontdekt door schaatser Klaas Pander, die met hem ging trainen. In december 1890 won hij zijn eerste schaatswedstrijd op de korte baan, over een afstand van 160 meter. Een jaar later debuteerde hij op internationaal niveau. In 1893 behaalde hij op 19-jarige leeftijd zijn eerste wereldtitel.

Een jaar daarop brak hij twee wereldrecords, waarvan dat op de vijf kilometer zeventien jaar zou blijven staan. Hij verpulverde een jaar later zijn eigen wereldrecord op de tien kilometer; hij bracht het van 19.12,4 op 17.56,0. In 1895 (Hamar) en 1896 (Sint-Petersburg) behaalde hij nogmaals de wereldtitel.

In 1948,1952,1956 en 1960 neemt Kees Broekman deel aan de O.S. en won in 1952 Zilver op de 5000 meter.

In 1953 wordt hij Europees Kampioen Allround.

 

Wim van der Voort
Kees Broekman

Ontwikkeling in het langebaan schaatsen

De ontwikkeling van de schaatssport heeft ondanks het traditionele karakter van de sport sinds de jaren 60 van de 20e eeuw een hoge vlucht genomen. Elke nieuwe ontwikkeling was erop gericht de lucht- en ijsweerstand te verminderen en zorgde voor snellere tijden bij het schaatsen.

Al in de zeventiende eeuw zijn er allerlei wedstrijd- en spelvormen op schaatsen bekend, zoals het ringrijden en het hardrijden op korte, rechte banen. Op Nederlands initiatief wordt in Scheveningen in 1892 de Internationale Schaatsunie (ISU) opgericht. De ISU bepaalde dat internationale hardrijwedstrijden voortaan verreden zouden worden om 500, 1500, 5000 en 10000 meter. Men ging er toe over om wedstrijden te rijden op 400-meter banen.

Daarna was de schaats aan de beurt:

Friese schaats (links) en Friese doorloper (rechts)

De Friese doorlopers en andere houten glijders werden vervangen door de vaste schoen met daaraan bevestigde lange, ongebogen ijzers. Later kwamen de 'noren', waarbij de ijzers in een holle buis onder de schoen werden gelast.

De belangrijkste ontwikkelingen daarna kan men als volgt indelen:

Vaste Noren
Klapschaats

1 De introductie van noor

2 (Overdekte) kunstijsbanen

3 Professionalisering van de trainingsmethodes

4 Aerodynamische pakken

5 De klapschaats

 

 

 

Topsport, Nederland schaatsland

Kees Verkerk
(foto Wikipedia)

Door de eeuwen heen ontwikkelde schaatsen zich steeds meer als competitieve sport. In 1889 werd op het Museumplein in Amsterdam het eerste wereldkampioenschap langebaanschaatsen voor mannen gehouden. Twee jaar later, in juli 1892 werd in Scheveningen de Internationale Schaatsunie (ISU) opgericht, omdat er door de toename van het aantal internationale wedstrijden behoefte ontstond aan internationale regelgeving. Van oudsher is Nederland een belangrijk schaatsland. Zo leverde Nederland met Jaap van Eden in 1892 één van de eerste officiële wereldkampioenen. Het is moeilijk voor te stellen, maar er was een tijd dat Nederland niet meetelde in de internationale schaatswereld. In de jaren vijftig veranderde dat langzaam.

Met helden als Ard Schenk en Kees Verkerk vestigde Nederland in de jaren zeventig definitief haar naam als schaatsland.

Ard Schenk
(foto Wikipedia)

 

Bovenkant van de pagina