H. Tetzner

 

Hans Tetzner (geboren.: Groningen 9-6-1898, overleden: Amsterdam 17-2-1987)

Voluit: Johannes Cornelis Tetzner. Broer van Max Tetzner, die als schaatser 2x Nederlands kampioen werd. Zijn vader was in Duitsland geboren en naturaliseerde op 26-4-1919 tot Nederlander.

Deelnemer aan het NK van 1919 in Zwolle en aan het NK van 1922 in Groningen. Als schaatser was hij actief van 1914 tot 1924. In 1929 reed hij met zijn broer de Elfstedentocht. Hij kreeg echter grote bekendheid als voetballer. Hij speelde vanaf 1911 tot 1925 bij Be Quick uit Groningen, meestal als linksback, en behaalde in 1920 het landskampioenschap. Daarnaast werd hij met Be Quick tien maal kampioen van het Noorden. In 1923 debuteerde hij in het Nederlands elftal. Daarna zou hij nog zeven keer voor het Nederlands Elftal uitkomen, o.a. tijdens de Olympische Spelen in Parijs (1924). Hij geldt als de bedenker van de buitenspelval. In de loop van seizoen 1925-1926 stopte hij met voetballen.

Hans studeerde medicijnen en werd chirurg, met als specialiteit de knie. Eén van zijn bekendste patiënten was Johan Cruyff. Na de Elfstedentocht van 1929 moest hij een bevroren teen amputeren van Evert van Linge, één van zijn vier teamgenoten van Be Quick met wie hij de Elfstedentocht uitreed. In 1936 was hij op de Olympische Spelen de medisch begeleider van de Nederlandse wielerploeg.

Jaarlijks reikt Be Quick aan de beste speler van het afgelopen seizoen het Tetznerkruis uit.

Bovenkant van de pagina