Niet met lege handen

 

Auteur: Niko Mulder

 

Friesch Museum, Leeuwarden, circa 1875
Foto: J.F. Lomans
Collectie Fries Museum / Tresoar PTA053-001

Nazomer 1903. Vol verwachting betreedt George Herbert Fowler het statige bordes naar de bel-etage van het Friesch Museum aan de Koningsstraat1 en schelt aan. Hij komt niet met lege handen. In zijn valies zit een eeuwenoud voorwerp en in zijn hoofd huist een verhaal.

 

Omslag, uitsnede
Exemplaar Harvard University / Google Books

George Herbert Fowler

Fowler (42) is als natuurwetenschapper werkzaam bij het University College in Londen. Hij ontdekt tijdens onderzoeksexpedities dat voor veel dieren in de oceanen de temperatuur van het water bepalend is voor de diepte waarop ze zich bij voorkeur bevinden.

Fowler is niet alleen liefhebber van geschiedenis en Scandinavische talen, maar ook van de wintersporten skiën en kunstrijden. In 1897 combineert hij zijn hobbies in het boekje On the Outside Edge, waarin hij een aantal ‘scheve schaatsen’ in de geschiedschrijving van de ijssport grondig rechtzet.2

 Congres ISU 1897 met Fowler als tweede van rechts
uitsnede foto
Bron: I.S.U. Office Holders through the Years, 1992.

In hetzelfde jaar assisteert hij Fred W. Foster bij de totstandkoming van diens naslagwerk A Bibliography of Skating3 en vertegenwoordigt hij de National Skating Association, de schaatsbond van Groot-Brittannië, bij het congres van de Internationale Schaats Unie in Stockholm.4

Hij is betrokken bij de voorbereiding van het wereldkampioenschap kunstrijden in 1898 in het National Skating Palace, een kunstijsbaantje in Londen waarop hij ook experimenteert met zelfgemaakte glissen.5

In december 1899 wordt Fowler benoemd tot secretaris van de commissie voor het kunstrijden van de Britse schaatsbond.6 Samen met anderen maakt hij zich hard om het mondiale kunstrijden in 1901 opnieuw naar Londen te halen. Dat lukt, maar vanwege het overlijden van koningin Victoria kort voor het evenement, ziet de N.S.A. van de organisatie af.7 In maart trekt Fowler zich terug als commissie-secretaris.8 Daarmee heeft hij zijn handen vrij voor het realiseren van een droom.

 

Het feestje van een bevlogen verzamelaar

De I.S.U. wijst het WK Kunstrijden 1902 toe aan de Britse bond. Daaromheen wordt van 10 tot 15 februari een tentoonstelling gehouden, een ‘Exhibition of Skates & Skating Matters’, zoals het omslag van de catalogus aangeeft.9 Fowler schrijft niet alleen het voorwoord namens de N.S.A., maar draagt tevens meer dan een kwart van de 377 objecten aan uit zijn eigen indrukwekkende verzameling. Het leidt geen twijfel dat hij de initiator én inspirator is van deze expositie.

De tentoonstelling is opgedeeld in vier categorieën. De grootste, kunstwerken met ijsvermaak, is onderverdeeld in periodes. Niet alle kunstuitingen zijn originele schilderijen of gravures; vooral bij de vroege werken gaat het vaak om een reproductie of foto.

Een andere belangrijke rubriek is de ontwikkeling van de schaats. In ruim 20 stappen (nrs. 200 tot en met 221) maakt Fowler de evolutie van benen schaats tot moderne kunst- en raceschaats aanschouwelijk. Hij heeft zelfs een ruw model van een 16e-eeuwse schaats uit het werk van Pieter Brueghel nagemaakt naar de prent van Huys.10  Ook van de schaats van Robert Jones uit diens Treatise of Skating (1772) is een houten replica aanwezig. De nagemaakte modellen passen in zijn opzet om de ontwikkeling van de schaats door middel van objecten en afbeeldingen inzichtelijk te maken.

Tal van grote namen uit de schaatswereld (onder andere Helfrich, Syers, Witham, Vandervell, Tebbutt, Balck en Salchow) verlenen hun medewerking, maar ook ijsclubs (Londen, Edinburgh, München, St. Petersburg, Berlijn, Trondheim) doen actief mee, evenals enkele fabrikanten (Colquhoun & Cadman, B. & O. Liberg). Vermoedelijk zijn nooit eerder zoveel items met betrekking tot de schaatssport bijeengebracht.
Een aantal Britse kranten schrijft lovend over de expositie en benadrukt Fowler's kennis van zaken.11

 

Droom verwezenlijkt, back to business.

Als vervangend vertegenwoordiger voor de Britse schaatsbond bij het I.S.U.-congres in Boedapest pleit Fowler in juni 1903 voor de deelname van vrouwen aan het WK kunstrijden.12

Drie maanden later bevindt de Brit zich in Nederland, het schaatsland bij uitstek, dat in 1902 om onbekende redenen niet actief was vertegenwoordigd op ‘zijn’ expositie in Londen. Fowler zal dat zeker als een gemis hebben ervaren, te meer omdat een terpvondst uit Friesland hem in de greep heeft.

Het is dan ook allerminst toeval dat nu in Leeuwarden de deur van het Friesch Museum voor hem open zwaait ...

 

98C-1

In de bestuurskamer overhandigt Fowler een presentje aan een conservator van het Friesch Genootschap van geschied-, oudheid- en taalkunde. Het betreft ‘eene oud-Engelsche schaats van been, ontgraven in de nabijheid van Londen’ zoals het voorwerp in de Leeu-warder Courant plechtig wordt genoemd.13 De tekst op de glis is wat preciezer: ‘Skate from Moorfields : outside the old wall of London.

Benen schaats of glis. Objectnummer 98C-1
Afb. 4a: boven- en zijaanzicht van de glis met een horizontale doorboring aan de voorzijde.
Afb. 4b ‚: Engelstalige tekst op de glis.
Afb. 4c ƒ: achterzijde met een axiale doorboring,
daaromheen groene oxidatiesporen van de bronzen ring die er ooit instak.

Fries Museum, Leeuwarden |
Collectie Koninklijk Fries Genootschap

Onder code 98C-1 bevindt het bot zich nog altijd in de collectie van het Fries Museum. Uit het jaarverslag van het Friesch Genootschap over 1902-1903 blijkt dat deze benen schaats is vervaardigd uit het middenvoetsbeen (metatarsis) van een paard. De schenkel wordt vrij uitgebreid beschreven:

Het voorste gedeelte is toegespitst en dwars doorboord om het bindsel (toonriem) door te laten. Aan de achterzijde is er in het mergkanaal een bronzen ring bevestigd geweest, waaraan het hakbindsel bevestigd werd. Deze ring is niet meer aanwezig, doch het been is ter plaatse groen geworden, als gevolg van het oxideeren van het brons. Volgens bericht van den schenker zijn er in Engeland onderscheidene beenen schaatsen ontgraven, die van een dergelijken ring voorzien waren. Lang 26.7 c.M.

Gevonden in het veen, buiten den ouden stadsmuur van Londen.14

De schenker weet waarover hij spreekt; jaren voor de expositie van 1902 is hij door de beheerders van het Guildhall Museum in Londen in staat gesteld om een groot aantal benen schaatsen te onderzoeken. Evenals anderen voor hem, brengt ook Fowler deze glissen in verband met een verslag uit de twaalfde eeuw.15

Afb. 5: Een deel van de Moorfields halverwege de 16e eeuw
Kaart van Londen (detail), Wikipedia / Moorfields

 

IJspret op het veldijs van de Moorfields

William FitzStephen beschrijft in 1173-1174 hoe het eraan toegaat op het veldijs van het veengebied net buiten de noordelijke muur van Londen, dat later Moorfields wordt genoemd.

De plek wordt massaal bezocht door jongeren. Sommigen binden hun glissen onder om eens flink vaart te maken met de prikstok. Anderen komen om wijdbeens te glijden of om riddertje te spelen. Het gaat er ruig aan toe als ze op elkaar af komen stuiven met geheven stokken om elkaar ondersteboven te steken.16

Glijden ze daarbij op benen schaatsen? De schrijver laat zich er niet over uit, maar in dat geval zullen ze veiligheidshalve de stompe kant van hun prikstokken op elkaar hebben gericht.

 

Afb. 6: Skating on the frozen lake IJsvermaak op de Moorfields door Jake Lunt. Pre-Construct Archaeology Limited, Monograph No. 617
Recht op publicatie aangevraagd

Vertaalprobleem

FitzStephen beschrijft de ijspret in het Latijn, een taal die wel vaker tekortschiet als het om schaatsen gaat. De jongeren bevestigen botten sub talaribus suis (onder hun talaria).18 Talaria is afgeleid van talus, de enkel, maar kan ook verwijzen naar iets wat tot aan de enkel reikt, zoals een gewaad of schoeisel. Daardoor is de passage van FitzStephen in de loop der tijd tamelijk uiteenlopend geïnterpreteerd en vertaald. Soms zaten de glissen aan voeten en hielen, dan weer aan schoenen en ook wel aan enkels ...

 

Schenkels aan de enkels

Het geschenk van Fowler aan het Friesch Museum heeft horizontale bindgaten voor en had bij gebruik een schroefoog in de achteras. Volgens zijn beschrijving in On the Outside Edge was deze combinatie het meest gangbaar.

Afb. 9: Vijf benen schaatsen, circa 1891
Charles H. Whymper, tekening met pen en waterverf
Collectie The British Museum 1931,1114.102
Activanummer 1613392675

Die conclusie gaat niet langer op. In haar boek Skates Made of Bone (2020) geeft Bev Thurber aan dat 135 van de 225 Britse glissen die goed zijn gedocumenteerd een boorgat in de achteras hebben.19 Daarvan hebben 56 benen schaatsen tevens een doorboring aan de voorzijde, terwijl 73 glijders uitsluitend een axiale doorboring hebben.20

Op een schets van Charles Whymper zijn een paar glissen afgebeeld uit het Guildhall Museum die enkel en alleen axiaal konden worden vastgemaakt. Deze methode kwam overigens ook elders in Europa voor. Kennelijk was het makkelijker om het mergkanaal van de glis van een schroefoog te voorzien, dan een gat dwars door het bot te boren.21

 

Doel onduidelijk

Een enkel boorgat, ongeacht of het aan de voor- of achterkant zit, volstaat niet om een glis stevig aan de voet te bevestigen. Bij het oplichten daarvan zou de benen schaats er immers maar wat bij bungelen. Trouwens, waarom zou je de moeite nemen om je glijder halfslachtig te bevestigen als je er ook los op kunt staan? Een enkele doorboring wordt dan ook vooral beschouwd als een handigheidje om de glissen bij elkaar te houden als je er niet op staat.22

Oogschroef, verticaal
Proefopzet auteur
 

 

Oogschroef, horizontaal
Proefopzet auteur

Alternatieve verklaring

Met name bij glissen met uitsluitend een doorboring in de achteras, ligt een andere verklaring echter meer voor de hand. Naar mijn idee werd de glis aan de enkel bevestigd om te voorkomen dat hij bij een val een heel eind zou wegglijden over spiegelglad ijs. Dan moest je er immers achteraan glibberen om hem weer op te halen. En als hij in een wak verdween, was je nog verder van huis. Botten zinken in water. Eigenlijk komt de enkelvoudige enkelbinding dus overeen met het riempje aan de skistok dat een skiër om zijn pols slaat. Je wilt je stok niet kwijtraken in de diepe sneeuw of een ravijn ...

Fowler, fig. 1 en 2

Fowler nam twee schetsen van glissen met een verticaal schroefoog op in On the Outside Edge.

Ook andere toepassingen zoals haken en houten pinnen kwamen voor.23 

 

 

Niet met lege handen

George Herbert Fowler vertrekt zoals hij is gekomen: niet met lege handen. In ruil voor zijn geschenk aan het Friesch Genootschap krijgt hij namelijk ‘eene Friesche schaats van been’.24

Benen schaats gevonden in Hijum, Friesland
Collectie Science Museum Group, Londen, 1938-65
Credit: Dr. G. Herbert Fowler
© The Board of Trustees of the Science Museum

Tot aan 1938 maakt deze terpvondst onderdeel uit van zijn verzameling. Nu bevindt de schenkel zich in het Science Museum in Londen.

Daar staat hij onder nummer 1938-65 geregistreerd als:

Bone ice-skate of Stone Age, found at Hijum in Friesland. Credit: Dr. G. Herbert Fowler.25

Uit het stenen tijdperk! Die datering moet zijn aangeleverd door het Friesch Genootschap.

De indruk bestaat dat Fowler al enige tijd van deze glis heeft geweten. In de catalogus bij de tentoonstelling van het jaar daarvoor refereert hij aan een Friese glis, ‘waarvan wordt gezegd dat hij is gevonden met overblijfselen uit het stenen tijdperk.26

Zo’n oud voorwerp moet hem als wetenschapper hebben geïntrigeerd en als verzamelaar hebben doen watertanden. Hoewel hij deze glis niet rekent tot de exemplaren die betrouwbaar kunnen worden gedateerd27, wint zijn verzameldrang het van zijn gezond verstand ...

Jammer voor Fowler, maar zijn glis is helaas te vroeg gevonden. Met de kennis van nu weten we dat de extreem vroege datering er ruim tweeduizend jaar naast zit.28 De benen schaats die Fowler cadeau kreeg is gevonden in een periode waarin nog weinig belang werd gehecht aan grondsporen en de gelaagdheid binnen de terp. Alleen de vondst werd behouden en de context werd niet opgetekend. Pas na 1900 zou hier verandering in komen en begon men objecten op verantwoorde wijze te dateren.29

Bronvermelding

1. Het voormalige pand van het Fries Museum, hoek Koningsstraat-Turfmarkt in Leeuwarden, is tegenwoordig Museum Huis van Eysinga en kan worden bezichtigd. Met dank aan de vrijwilligers van Huis van Eysinga voor de extra uitgebreide rondleiding.

2. G. Herbert Fowler - On the Outside Edge / Being Diversions in the History of Skating, 1897. De uitsnede van de omslag is afkomstig uit een exemplaar van Harvard University op Google Books; Uitgave van B.A. Thurber voor Skating History Press, 2018, p. 9-16.

3. Fred W. Foster – A Bibliography of Skating, 1898, p. 3. Edition by Martino Publishing, 2003.

4. James Koch, Benjamin T. Wright - I.S.U. Office Holders through the Years and I.S.U. Congresses 1892-1990, 1992, p. 9

5. Ryan Stevens - Skate Guard Blog, 20 december 2020: Figure Skating in the Edwardian Era ; Nigel Brown – Ice Skating / A History, 1959, p. 18

6. M.S. Monier-Williams - Twenty Years of Figure Skating in the N.S.A., chapter IV in: A History of the National Skating Association of Great Britain 1879-1901, 1902, p. 46: 'Dr. G.H. Fowler was elected Hon. Sec. of the Figure Departmental Committee.'

7. H. Ellington – Notes on the Later History of the N.S.A., chapter II in: A History of the National Skating Association of Great Britain 1879-1901, 1902, p. 23: ‘… the Committee allotted the contest for the Amateur Figure Skating Championship of the World for 1901 to this country. All arrangements had been made for holding it at Princes Club, Knightsbridge, but owing to the lamented death of Her late Majesty Queen Victoria, it was thought best to abandon them for this season.

8. M.S. Monier-Williams - Twenty Years of Figure Skating in the N.S.A., hoofdstuk IV in: A History of the National Skating Association of Great Britain 1879-1901, 1902, p. 47: ‘In March 1901, Dr. G.H. Fowler resigned the onerous position of Honorary Secretary to the Figure Departmental Committee, …

9. Historical Catalogue of the Exhibition of Skates, with Pictures and other Matters Relating to Skating and Skaters, Held at the Hall of the Alpine Club, Feb. 10th to 15th, 1902, samengebonden met A History of the National Skating Association of Great Britain 1879-1901.

10. St. James’ Gazette, 12 februari 1902, p. 6. Geraadpleegd via britishnewspaperarchive.co.uk.; © The Board of Trustees of the Science Museum, object no. 1938-73. Credit: Dr. G. Herbert Fowler; Catalogue of the Exhibition of Skates & Skating Matters in 1902, p. 61, no. 206

11. O.a. St. James’ Gazette, 12 februari 1902, p. 6; Field, 15 februari 1902, p. 33. Britishnewspaperarchive / The British Library Board.

12. Ryan Stevens - Skate Guard Blog, December 20, 2020: Figure Skating in the Edwardian Era; Mary Louise Adams – Artistic Impressions: Figure Skating, Masculinity, and the Limits of Sport, 2011, p. 131.

13. Leeuwarder Courant, 13 oktober 1903, p. 1; geraadpleegd via Delpher.

14. Benen schaats met koperen [sic] ring aan de achterzijde, Londen, buiten de oude stadsmuur. In: Verslag Friesch genootschap 1902-1903, p. 43. Geraadpleegd op www.wumkes.nl (niet langer toegankelijk).

15. G. Herbert Fowler - On the Outside Edge / Being Diversions in the History of Skating, 1897, p. 11-12; Edition by B.A. Thurber for Skating History Press, 2018, p. 36.

16. William Fitzstephen / Stephanides - Descriptio Nobilissimae Civitatis Londoniae in: Vita Sancti Thomae Cantuariensis Archiepiscopi, 1173-1174. Geraadpleegde versies via Google Books: J. Stow – The Survey of London, 1598 / Editie 1633, p. 76; Uitgave in het Latijn door John Davenant, 1723, p. 8-9; J.G. Robertson – Materials for the History of Thomas Becket etc., 1877, p. 11; Joseph Strutt – The Sports and Pastimes of the People of England etc., 1801, p. 76; Douglas / Greenaway – English Historical Documents, Volume II, p. 961. Zie ook: J. van Buttingha Wichers – Schaatsenrijden, 1888, p. 71 voor de vertaling van de passage door Strutt in het Nederlands.

17. Jonathan Butler – Reclaiming the Marsh / Archaeological Excavations at Moor House, City of London, 1998-2004. Uitgave van Pre-Construct Archaeology Limited, Monograph No. 6 (pdf op www.pre-construct.com).

18. Met dank aan Bev Thurber voor de correctie van de vertaling van deze passage. Zie: Bev Thurber / Niko Mulder - 'Gevleugelde voeten' in; Kouwe Drukte 78, p. 4-10 voor het gebruik van het woord 'talaria' voor de gevleugelde voeten van Mercurius.

19. B.A. Thurber – Skates Made of Bone, 2020, p. 5; 110-113.

20. Bev Thurber - Aanvullende mededeling over bindgaten in Britse glissen, e-mail, 20 oktober 2023.

21. Bev Thurber bevestigt deze veronderstelling in een e-mail d.d. 25 oktober 2023: 'Bone is hard to drill through, especially going sideways through the proximal end where the bone is curved. I put a masonry bit in my electric drill after a regular bit had trouble getting through. To get purchase on the curved part, I had to hold both skate and drill carefully.' Vertaling: Bot is moeilijk te doorboren, vooral als je zijwaarts door de achterkant gaat waar het bot gebogen is. Ik heb een steenboor in mijn elektrische boormachine gestopt nadat een gewoon boortje er moeilijk doorheen kon komen. Om grip op het gebogen deel te krijgen, moest ik zowel de schaats als de boor goed vasthouden.

22. B.A. Thurber – Skates Made of Bone, 2020, p. 24.

23. Arthur MacGregor - Bone Skates: a Review of the Evidence, 1976, p. 59-60 + figuur 1, glis C.; Met dank aan Bev Thurber voor haar aanvullende informatie, d.d. 1 december 2023.

24. Leeuwarder Courant, 13 oktober 1903, p. 1; geraadpleegd via Delpher.

25. https://collection.sciencemuseumgroup.org.uk/objects/co25525/bone-ice-skate-of-stone-age-found-at-hijum-in-friesland-ice-skate

26. Catalogue of the Exhibition of Skates & Skating Matters in 1902, p. 60, no. 201

27. Catalogue of the Exhibition of Skates & Skating Matters in 1902, p. 60, no. 201. Fowler vermeldt: The oldest specimens which can safely be dated were used between 700 and 1,000 A.D., in Sweden, but a specimen has been recorded which is said to have been found with remains of the Stone Age in Friesland.

28. De oudste betrouwbaar gedateerde glissen uit de noordelijke Nederlanden zijn gevonden in de terp van Ezinge; ze stammen uit de midden-Romeinse tijd (100-300 na Chr.) Wietske Prummel e.a. – De dieren uit de opgravingen van Van Giffen in Ezinge, in: Annet Nieuwhof (red.) – En dan in hun geheel / De vondsten uit de opgravingen in de wierde Ezinge, 2014, p. 213, 215, 233.

29. Annet Nieuwhof – De opgravingen in Ezinge en het onderzoek van het vondstmateriaal, in: Annet Nieuwhof (red.) – En dan in hun geheel / De vondsten uit de opgravingen in de wierde Ezinge, 2014, p. 11.

Bovenkant van de pagina