De Elfstedentocht 1940 en 1941 van Tjerk de Haan

 

For the ENGLISH translation click here

Bladzijde 1 van het verslag van Tjerk de Haan over zijn de Elfstedentocht in 1940

Tjerk de Haan reed in 1940 als soldaat de Elfstedentocht. Slechts weinig rijderders haalden de finish van deze 200km lange Elfstedentocht. Het was dan ook een zware tocht met slechte weersomstandigheden.

Tjerk de Haan kwam schaatsend en uren lopend in het donker tot Vrouwenbuurtstermolen (nog voor Bartlehiem!) waar hij stopte. Hij werd met anderen om ca.21:00 uur met een bus opgehaald en naar Leeuwarden gebracht. Elfstedenbestuurslid Kingma zegde toe dat ondanks het feit dat zij de tocht niet hadden uitgereden, zij toch het Elfstedenkruisje zouden krijgen. Hetgeen ook geschiedde.

In 1941 reed Tjerk de Haan tijdens oorlogstijd de Elfstedentocht nog een keer en dit keer ook uit.

Van beide schaatstochten schreef hij zijn belevenissen op. Over die van 1940 in vorm van een verslag en over 1941 met een korte impressie.

Tjerk is geboren in Harlingen (Friesland, Nederland) op 15 april 1913 en overleed in Auburn (Maine, USA) op 10 april 2006.
Als teenager verhuisde hij met zijn familie naar Leeuwarden en volgde daar een opleiding tot meubelmaker en tekenaar. Hij verhuisde in 1941 naar Groningen en trouwde in Leeuwarden in 1943 met Johanna Siemensma. In 1957 emigreerde hij met zijn vrouw en vijf kinderen naar Auburn, USA; waar nog een zesde kind werd geboren. Tot aan zijn pensioen werkte hij daar bij Paris Manufacturing Co., South Paris. Daar tekende hij ontwerpen en maakte deze als modellen. voor de fabricage van meubels voor scholen, studentenkamers en hotels.
Mogelijk was hij al sinds 1934 in militaire dienst.

De achterkant van de controlekaart van de Elfstedentocht 1940 met de te schaatsen route.
De achterkant van de controlekaart 1941 ziet er hetzelfde uit.

 

Zijn echtgenote, Johanna de Haan-Siemensma, maakte later een prachtig borduurwerk van de Elfstedentocht waarop de twee kruisjes van Tjerk de Haan zijn vastgespeld.

Het Elfstedentocht kruisje
Afmeting borduurwerk is 35 x 53cm
Detail met de twee Elfstedentocht kruisjes uit 1940 en 1941
 

 

De 6e Elfstedentocht dinsdag 30 januari 1940

Tjerk de Haan in 1940
in militaire kleding

Verslag van Elfstedenrijder Tjerk de Haan in 1940 als militair

For the ENGLISH translation click here

De Elfstedenkoorts begon al die Maandag morgen. Eerst één en al drukte om de verlofpas te krijgen. Eindelijk had ik dan de gewenste pas.  Nu hardlopen naar de trein. Van Haarlem naar Amsterdam was maar een eindje. In Amsterdam kon men reeds bemerken dat zich reeds Elfstedentochtmensen naar het Noorden begaven. Het waren meestal militairen beladen met gevulde borstzakken en schaatsen, en burgers met rugzakken, stokken en schaatsen, enz.

Ik zat met nog 5 deelnemers in een coupé;  3 militairen en 2 burgers, de laatsten uit Rijswijk. Het gesprek ging nergens anders over dan over de grote Tocht. In Amersfoort, liepen op het perron nog meer Elfstedenmensen. Hier kwamen sommigen van hen er in onze coupé bij, en werd er nog meer voor de bekende tocht gesproken. 

In Zwolle keken ze bedenkelijk naar het weer, een grauwe grijze lucht. Ik keek naar de hoogte van de sneeuw, hier lag veel sneeuw. In Heerenveen liep een ijsbaan langs het spoor waarop een schaatsenrijder met forse streken reed. Dat deed de Hollanders uitroepen; "dat niettemin de Friezen zouden worden uitgedaagd". In Leeuwarden leek het wel of er geen anderen in de trein zaten dan Elfstedenrijders, allen bepakt met schaatsen. 

Gauw nu naar huis, vervolgens naar zwager Bouwe (Jongma) om te horen hoe we de tocht zouden aanpakken. Hier hoorde ik dat Piet niet mee ging.  Hij lag met griep te bed, dat was zeer jammer. We besloten dat ik bij hun zou blijven slapen. s’ Avonds haalde Bouwe de startkaarten op en ik een zaklantaarn, en legden we verder alles klaar voor morgen.

Om 03:30 uur stapten we uit bed en keken gauw even naar het weer. Het vroor 4°C en er was een stevige wind uit het Noordoosten met bedekte lucht.  Wij kleden ons aan en stopten hier en daar papier tussen onze kleren. Bouwe ging vast even zien of Paulus al op was, hij was ook op tijd.  Om 04:15 gingen we op pad, de schaatsstok onder de arm en met onze reserveschaatsen.

In De Beurs (van Leeuwarden) was het geweldig druk. Er waren allerlei verschillende schaatsers en hun gezichten glommen van het vet.  We lieten onze kaarten afstempelen en wachten op het startsein. De heer J.M. Kingma sprak ons voor het vertrek nog even toe.  Eindelijk gingen de deuren open voor het vertrek. Nu liepen we vlug naar de Schenkenschans. Om 6 uur gingen we van start. Direct sprintten we aardig weg. Het was zwart van de rijders. 

We deden zo nu en dan onze zaklantaarn op, maar het werd al snel tamelijk licht. Op het ijs kon men de scheuren al goed zien. Bij de Boksumerdijkdam stonden auto’s die de baan en brug verlichtten. Bij elk uitstekende punt stond een lantaarn. Bij De Dille stonden mensen die ons onder de brug door brachten. We hadden het heerlijk lang wind in de rug. 

Tjerk de Haan met zijn controlkaart in in zijn borstzak, kijkend in de camera om 6.55 a.m.
(afbeelding genomen van youtube film Friesch Film Archief)

Bij Sneek werden we door behulpzame handen op de wal getrokken. Daar gingen we een straat door, die voorzien was na een miniatuur ijsbaan. Op dit baantje reden we naar de straatweg, staken deze over, vervolgens door een straat bedekt met ijs, en zo weer op het water.  Na nog een eindje rijden was de controlepost. De controlepost was in een garage. Je kon de garage tamelijke vlug doorlopen en ondertussen stempelde ze je controlekaart af, (dat was om 07:17 uur) dat was een vlotte controle. Het ander eind van de garage grensde ook aan water, aan de linkerhand De Geau. 

Nu vlug op weg naar IJlst, dat was maar een kort eindje. Hier werden we ook weer ingehaald door zo’n klein meisje in, haar hadden we bij De Dille ook gezien. Ze reed een beste schaatsslag, met een goed tempo stoof ze ons voorbij. In IJlst was de controlepost in een café, dat was ook goed geregeld. We werden de wal op getrokken en in het café geleid. Dit ging ook goed. We verlieten het café weer aan de andere kant. Daar waren we om 07.30 uur.

Nu begon weer een lang stuk. We hadden zijwind. Hier was de baan zo nu en dan al tamelijk bestoven met sneeuw. Zo nu en dan hadden we tegenwind. De baan was hier wel redelijk. We reden door Woudsend en moesten bij de brug even klûnen. 

Nu gingen we naar het Slotermeer.  Hier hadden we tegenwind. Het woei stevig. Wij passeerden zo tegen de wind in verscheidene individuele rijders. Op de Slotermeer was het ijzig koud, de baan die draaiden een beetje waardoor we zijwind kregen. Op het meer lag zeker wel 25 cm sneeuw. De baan was hier maar smal. Baanvegers deden alle moeite om de sneeuw, die op de baan woei, er af te houden. Midden in het meer was (zogenaamd) kistwerk. Hier lagen er planken overheen en daar stonden agenten en burgers je erbij te helpen. Het zag er nu heel anders uit dan in de zomer toen we de meer over zeilden. Na een half uur waren we het meer over. In de vaart, die naar Sloten leidt, was het een lange slier van mensen, die terug kwamen van de controlepost en het meer in een ander richting overstaken richting Stavoren. 

Het was bij de controlepost in Sloten zeer druk. Dit was een slecht georganiseerde controlepost. De mensen stonden in een lange rij op het ijs richting de deur. Als je eenmaal het café in was, kon je er haast niet meer uit komen. Wij bonden vlug onze schaatsen af en wrongen ons bij de deur het café in, dat scheelde ons wel een kwartier met als we in de rij zouden blijven staan. We gingen er snel doorheen. In de gang schold een kapitein genadeloos een soldaat uit, omdat hij met zijn reserveschaatsen even achter de mouw van de kapitein bleef hangen. Wij de schaatsen weer vlug verder, dronken nog even een kop chocola in een tentje en gingen nu naar Stavoren.

Eerst de vaart uit en toen het meer op.  In de vaart ontmoetten we ook nog Tj. Oudijk.  Op het meer hadden we wind mee.  We stoven de baan over. Heerlijk rijden was dat. Bij de Galamadammen moesten we klûnen om een brug heen. 

Naar Stavoren moesten we weer door een smalle vaart. Hier was het zeer druk want je moest deze 5 km lange vaart ook weer terug rijden. Bij de ingang zag ik ook onze kleine dokter, Dr. Brinkhorst, hij kwam toen al terug en reed zeer goed. Bij Stavoren was de controlepost op het ijs, maar we besloten om hier eerst wat te gaan eten. In het café lieten we onze tijd aftekenen, het was toen 10:10 uur. In het café was het razend druk, je kon haast niets krijgen. Eindelijk had ik een glas melk en zetten het op een tafeltje. Nauwelijks stond het, of één of andere liep het ondersteboven. Nu moest ik weer een nieuwe nemen. 

Naar halfuur rust stapten we weer op. Het was intussen geweldig koud geworden. De zon scheen een beetje en de wind werd guurder.  In het café bonden we onze schaatsen weer onder. Bij het ijs ontmoette ik sergeant Stil. Hij was een half uur op ons achter geweest terwijl hij ons voor Sneek was gepasseerd. Hij had zich in Sloten niet al te lekker gevoeld. 

Nu begon voor ons de zware tocht tegen de wind in. Wij vorderden maar langzaam. Door Molkwerum reden we weer een eindje voor de wind. Hier haakte twee schaatsers bij ons aan. Later verloren we één daarvan. Wij reden daar met een stevige slag. De vriend, die achter ons zat, kon ook zeer goed rijden. Hij kwam uit Den Haag zei hij. 

Bij Hindeloopen moesten we een lang stuk rijden omdat de controlepost daar in het badpaviljoen was. Het was een hele inspanning om daar boven op de zeedijk te komen. Wij waren hier om 11:34 uur. Bij de uitgang kregen we, van een Hindeloopster schone een chocolade reep mee. 

Routekaart Elfstedentocht met onderstreept de 11 steden

Nu naar Workum. Dat was niet zo’n lang eind maar het was wel stevig tegen wind in en er was slecht ijs en een smalle baan. Wij passeerden met ons vieren verscheidene individuele rijders. Zo passeerden we voor de vierde maal een heer op noren met witte sokken aan. In Workum was de controlepost op het ijs in een tentje waarin je doorheen schaatste. 

Na Workum was Bolsward aan de beurt. Ook weer tegen de wind in, ook nu weer zetten we er stevig de vaart in. Bij Parrega werd de omstandigheden slechter. De wind wakkerde aan en joeg de sneeuw over de baan, soms lag er al 20 cm sneeuw. We moesten met een slakkengang er doorheen lopen. Het was een lange rij wandelende schaatsers. Na een goed uur zwoegen waren we in Bolsward. Even voor Bolsward passeerde ons sergeant Stil. Wij stonden toen juist even wat krentenbollen van onze Hagenaar op te eten, die smaakten lekker. In Bolsward was de controlepost in een café, hier was het redelijk geregeld. Toen we zouden vertrekken, misten we onze mederijders. Eerst aten we nog even een Fries worstje en toen gingen we voor de wind naar Harlingen, mijn geboorte stad. 

Hier en daar stonden groepjes mensen naar de rijders te kijken, maar dat viel niet mee.  Hier passeerde ons Z.Zijlstra met Jan die uit het hospitaal was. Die reden ook best goed. Bij Harlingen was het wat drukker. Hier kon je direct horen dat je in Harlingen was onder andere vanwege het woord “zeun”, enz. Bij de spoorbrug moesten we afbinden en verder lopen. Wij besloten nu eerst te gaan eten in de wachtkamer van de Nederlandse Spoorwegen. Het eten ging er best in. Na een half uur rust, stapten we op. We lieten nu eerst onze kaart aftekenen om 15:37 uur. Langs het kanaal kwamen we bij De Rie, wierpen even een blik op het huis waar wij vroeger woonden, en weg de kou weer in. Toen wij De Rie een eindje uit waren, raakte Paulus wat achter. Het bleek later, dat hij z’n schaatsen verkeerd aan had gedaan. 

Nu begon een koude tocht. Het was er hier niet zo onder gestoven. Bouwe en ik hadden nu scherper geslepen schaatsen onder gedaan, dat reed beter. Het was een hele toer om in Franeker te komen. De wind wakkerde aan en de thermometer daalde. De slierten schaatsers werden nu ook langer, met als voordeel dat je makkelijker tegen de wind in reed. Het viel niet mee. Wij hebben hier ook een heel eind met zo’n sliert mee gereden. 

In Franeker werden we met muziek ontvangen. Hier waren haast geen mensen aan het rijden. We tekenden om 16:47 uur aan in de controlepost. Deze was bij het Leeuwarderend. Wij hebben hier even gerust en geïnformeerd naar de toestand van het ijs. Deze berichten waren niet best. Men raadde ons aan maar op te houden. Nu, dat wilden we nu niet doen. We kregen hier ook bonnen voor chocolademelk in Bartlehiem.

Nu begon een traject van 37 km waar de wedstijdrijders 4 uren over deden. In Franeker hoorde we dat de eerste nog niet in Leeuwarden aan waren gekomen. Het was dus wel een zwaar traject dat ons te wachten stond. Wij dachten dat we erg achterin zaten, maar het bleek in Franeker dat we nog bij de eerste 500 rijders waren. Wij gingen vol goede moed weer verder. 

Het werd weer een gekrabbel tegen de wind in. Na een half uur rijden haalde een lange sliert rijders ons in. Wij haakten maar bij hun aan, dan schoten we vlugger op, en het gaf ook wat nieuwe energie. De baan was hier nog aardig goed. Het begon al flink donker te worden zodat het uitzicht ook slechter werd. Plotseling hoorden we achter ons getoeter van een auto. Wat nu, een auto op het ijs?  Het bleek te zijn, een sliert rijders waarvan er één een autohoorn op z’n schaatsstok had. De sliert wilde ons passeren maar dat ging niet.  We reden een tijd naast elkaar maar dat verveelde de machinist zeker. Het voorste gedeelte gaf een gil, “de stoker gooide nog eens een extra schepje kolen op het vuur”, en we waren hun weer er voor zodat de “auto” achter bleef. Bij Bartlehiem schoot het grootste gedeelte van de ploeg in een chocolade tent. Wij hadden daar geen behoefte aan en zijn toen met zijn drieën maar even verder gereden. 

Na een tijd gereden te hebben haalde ons weer een andere ploeg in en besloten we ons daar weer bij aan te sluiten. We hadden nu een eindje zijwind. Bij een café aan een brug, draaide de vaart weer, en reden nu weer tegen de wind in. Nu was het geheel en al donker en er lag zo nu en dan sneeuw op de baan. We schoten haast niets op, dan viel de één en dan de ander, dat viel niet mee. We moesten soms hele einden lopen. Na een uur zo gewandeld te hebben, wilden de voorsten, de onruststoker, met elkaar een bus huren. Wij gingen maar weer door en wilden, het koste wat het kost, het kruis halen. Nu maar weer alleen verder. 

Bij ieder brugje wat we tegen kwamen, stond een man met een lantaarn.  Wij vroegen aan één hoever het was naar de (Dokkumer) Ee. Hij zei 5 km, een volgende zei 12 en weer verder was het 17. Het leek wel of de (Dokkumer) Ee verder van ons af was. We reden in de richting Dokkum maar door. In dat stuk kwam ik ook een keertje met mijn mond op de reserveschaatsen van één van ons drieën, die ik met een riem om mij been had. Het viel nogal mee. 

Op een hoek waar de vaart zich meer naar het noorden draaide, stonden verscheidene rijders onder een militaire tent. Hier moesten we lopen, de baan was totaal vol gesneeuwd. De schaatsen deden we af en liepen. Jonge, jonge, wat een sneeuw, soms tot over je kuiten stond je in de sneeuw en de wind werd ook kouder. Na een half uur lopen kwamen we baanvegers tegen en rijders die terug kwamen, het was niet te doen zeiden ze, zover al zij het wisten was het allemaal sneeuw. Wij keken op het horloge, het was 19:00  uur. Eerst maar ééns overleggen wat we zouden gaan doen. 

Wij hadden nog zeker 2 uren te lopen naar Dokkum en van Dokkum naar Leeuwarden was zeker nog 5 uren lopen. Al met al konden wij dan Leeuwarden niet voor 24:00 uur bereiken, dat was pech.  Daar ging nu onze hoop op het Elfstedenkruis, daar hadden we nu al 14 uren voor gezwoegd en ondanks onze lichamelijke conditie wilden we niet geven, wat jammer toch, die sneeuw, die sneeuw!

Teleurgesteld en met hangend hoofd, aanvaardden wij de terug tocht tot daar waar de vaart bij de weg loopt. Hier stonden al meer rijders. Er ging ook nog een groep weer door waaronder een dame.  Ze vroegen haar of ze niet wilde ophouden, waarop de dame laconiek antwoordde: “Op houden nooit!”  

Wij zijn toen in een boerderij gaan zitten. Ik haalde een zak met proviand te voorschijnen.  Wij verdeelden toen broederlijk wat wij nog hadden. Van de boerin kregen wij koffie en met de rug tegen een koe aan geleund smaakte het nog best.

Onder tussen waren enige heren aan het telefoneren met het bestuur over de kwestie, hoe komen wij hier vandaan, en krijgen wij ook het zo begeerde kruis. Na lang praten werd dan besloten dat ze ons met auto’s zouden ophalen en misschien kregen we het kruis ook nog. Er kwamen steeds meer gestranden binnen, allen bespraken de belevenissen van de Tocht. 

Om +/- 21:00 uur kwamen de autobussen, 10 stuks, deze werden bestormd. De bussen waren meteen vol. In onze bus kwamen ook 2 zieken te zitten. Een heer die bevangen was door de kou en een dame die wat overspannen was. Ze werden goed in gepakt. Daar gingen we dan, in de laatste etappe, maar nu lieten we ons rijden. Over Marssum ging het op weg naar Leeuwarden, ook één en al sneeuwduinen, de stemming in onze bus was mineur. In Leeuwarden, zo hadden we afgesproken, mochten we niet uitstappen.

Kees Garst ging met met het Elfstedenbestuur praten.  Na enige tijd kwam hij met de heer Kingma terug en die deelde ons mede, dat we wel het kruis zouden ontvangen. Een luid “hoera” steeg toen op en een hoera voor Kees. Dan was onze Tocht niet voor niets geweest. 

Nu moesten we, bus voor bus, naar De Beurs om onze kaart te laten afstempelen. Ik wandelde naast een bus naar De Beurs en melde mij daar aan met 30 man. Onze kaart werd afgetekend en wij waren er mee klaar. 

Het was wel een zware tocht geweest, maar toch is hij mij mee ook gevallen. Die avond was ik nog tamelijk fit. Ik ben nog bij de prijs uitreiking gebleven. Het was ook nog een aardige feestavond. Om 24:00 uur was ik thuis.

De volgende morgen stapte ik weer vrolijk uit mijn bed. Om 09:00 uur ging ik met de trein terug naar mijn legeronderdeel terug. In de coupé waren het ook allemaal Elfstedenrijders. Het gesprek ging nergens anders over dan de Tocht. Twee van hen hadden hem geheel volbracht. Een korporaal hoorde zelfs bij de eerste aankomende 3 militairen. De anderen waren hier en daar gestrand. 

Bij Amsterdam zat er nog een heer in de trein die ook had mee gereden. Hij had daar 3 dagen gelogeerd enz. dat had f25.- gekost, maar hij was halfweg gestrand en kreeg dus het begeerde kruisje niet. 

Op de compagnie aan gekomen, melde ik mij bij de sergeant van de week, en nu was alles achter de rug en kon ik weer mijn dienst beginnen.

De controlekaart van de Elfstedentocht in 1940 van Tjerk de Haan.
Ondanks dat hij het laatste deel met de bus deed, kreeg hij het zo fel begeerde Elfstedenkruisje.

 

Enige Impressie’s – 7e Elfstedentocht donderdag 6 februari 1941

Aantekeningen Elfstedentocht 1941 van Tjerk de Haan, Leeuwarden

For the ENGLISH translation click here

Enveloppe van de Vereniging DE FRIESCHE ELF STEDEN waarin de controlekaart voor de Elfstedentocht van 1941 met deelnemersnummer 147 van Tjerk de Haan zat.

Slapen bij Bouwe (Jongma).  Om 05:45 uur naar De Harmonie in gezelschap: Piet, Petrus, Bouwe, Piet de Jong, Hamersma.  12°C vorst.  Bij De Harmonie kwam Sjoeke Douma erbij. Startplaats, Groene Weide, donker. Naar Dokkum met Sjoeke aan de stok, slecht ijs, valpartij. In Bartlehiem kwamen de wedstrijdrijders al terug uit Dokkum. Terug Bartlehiem 08:40 uur. Naar Fr. (Franeker), slecht ijs, lopen in Oude Leije. Sjoeke had problemen met zijn schoenverbinding. Ontmoeting met Bouwe, Meindert.  Bouwe: klonterig, hobbelig en zanderig ijs bij Dongjum, in aanbouw zijnde brug.  Bij aankomst Franeker ............ allemaal nichten. 

Naar Harlingen, slecht ijs. Met Sjoeke gaat het minder, Bouwe heeft last van schaatsen, erg zonde.  Weer bij elkaar in U (Urgabuurt).  In het station ontmoetten we weer Piet de J (Jong) en Hamersma. Petrus en Piet door gereden. Hier eten en rusten. 1 ½ uur. Sjoeke valt uit. Sneeuw en koude, nu in de achter groep. Naar Bolsward fel koud  tegen de wind in. Hier allemaal mensen in café. 

Naar Workum steeds sneeuw, hier slechte controlepost. Hier valt ook Hamersma uit. Naar Hindeloopen, een groep van 20 rijders voor ons. Controlepost in café bij de haven (Badpaviljoen). Hier zaten we zeer aardig tussen de groepen in. Ik zag hier ook een dame, halfblind, die mee reed. 

Naar Stavoren met zijwind. In Molkwerum, dranken. We reden nu goed. In Stavoren controlepost in café (A. Kuperus) daar ontmoeten we Elzinga uit Berlikum. Bouwe en Piet reden even vooruit, hard rijden, om ze in te halen. De Morra/Galamadammen klûnen over kapot ijs, het werd ook stiller. Mooi vergezicht. In Kippenburg kregen we iets te eten, ontmoetten we een aardig meisje en rijders zonder broodbonnen.

Na Sloten, mooi ijs, het werd al donker. In Sloten koek gekocht, brood was op. Naar IJlst, mooi te rijden, flink snelheid zonder wind. In IJlst wat gedronken, één en al drukte. Naar Sneek, een klein eindje. Onder de Waterpoort door naar controlepost. Zeer goed, door garage hen, onder een brug door kruipen naar het laatste eind. In Scharnegoutum warme Frico en kaas, gratis. Bouwe 7 en ik 4 bekers.  Kalm aan naar Leeuwarden. Na 1 ½ uur in Leeuwarden. Controlepost in kantoor. In de bus naar De Harmonie.

Later stijvende benen en pijnlijke voeten.

Een goed einde!

De tocht volbracht.

Het kruis verdient.

De stempelkaart van de Elfstedentocht in 1941 van Tjerk de Haan

 

 

 


 

 

Bovenkant van de pagina