Oranjes op het ijs
Auteur: Caroline van Staaveren
De Oranjes zijn zeker sinds 1862 in schaatsen geïnteresseerd. Met name de kinderen van koning Willem III nemen het voortouw.
Kroonprins Willem (1840-1879), de oudste zoon van Willem III
Koninklijke Verzamelingen, Den Haag1.
In Friesland was kortebaanfenomeen Ulbe van Dijk uit Gauw, een gehucht in Wymbritseradeel, opgestaan. Hij won de ene wedstrijd na de andere. Ulbe had het kapitaal van niet minder dan 600 gulden gewonnen. Het hele land sprak er over.
Ook de kroonprins Willem was nieuwsgierig en wilde komen kijken. Hij liet naar het organisatiecomité van de eerstvolgende wedstrijd waar van Dijk aan de start stond het volgende telegram uitgaan: "Zijn Koninklijke Hoogheid verlangt de Friese hardrijder Ulbe van Dijk uit Gauw met eigen ogen te zien. De kosten van heen- en terugreis komen voor rekening van de Prins."
Prins Willem had ook de prijs voor deze hardrijderij voor mannen in 1862 beschikbaar gesteld (zie ook Kroonprins Willem beschermheer van De IJsclub in Leeuwarden) nadat hij in 1861 door het bestuur van De IJsclub in Leeuwarden benoemt wordt tot beschermheer van de vereniging. Hij ontving een 'keurig gedrukt en prachtig ingebonden reglement, benevens het onderscheidingsteken, een gouden schaatsje.'
In 1855 wordt de natuurijsbaan Thialf aangelegd in Heerenveen. ook daar ontvangt hij in 1870 het erelidmaatschap van. Hij krijgt een speldje in de vorm van een gouden schaats. Dit wordt hem samen met een exemplaar van het verenigingsreglement en een kokarde in een mooi doosje met daarop de tekst ‘IJsvereeniging THIALF Heerenveen’ in 1870 aangeboden. In het huishoudelijk reglement was bepaald dat bestuursleden ‘bij gelegenheid van hardrijderijen of andere ijsvermaken, door Thialf te geven, tot onderscheidingsteeken zullen zijn voorzien, van eene op de regterzijde van den hoed te hechten kokarde’. De leden werden geacht bij het schaatsen ‘op den linker borst een herkenningsteeken te dragen, bestaande in een berlijnsche zilveren schaats, hangende aan een zijden lint’. De gouden uitvoering van het schaatsje was kennelijk voorbehouden aan leden van het Koninklijk Huis.'
(Kroon)prins Alexander (1851-1884), derde en jongste zoon van koning Willem III
Op 14 januari 1871 was Prins Alexander met zijn adjudant Beijerinck aanwezig bij wedstrijden van de Leidsche Studenten IJsclub (onderdeel van Minerva). Er wordt gemeld dat hij te voet was. en dat hij een extra prijs -onduidelijk waarvoor- beschikbaar stelde: een schildpadden lepeldoos met zilveren theelepels. Deze werd 's avonds door hem overhandigd aan heer F. Pontier uit Amsterdam. Nadat kroonprins Willem in 1879 overleed, werd zijn jongste broer Alexander kroonprins. Deze verbleef veel in Londen, waar hij door het bestuur van de National Skating Association of Great-Britain tot erelid werd benoemd. De prins schonk de Association de zilveren Orange Bowl, die 300 gulden waard was. Op 20 december 1883 zou er voor het eerst om deze prijs worden gereden, maar dooi verhinderde de wedstrijd. De prins zou de door hem uitgeloofde prijs nooit uitreiken, want een jaar later overleed hij onverwachts. De prijs werd voor het eerst in december 1890 door Joe Donoghue gewonnen en januari 1892 door Jaap Eden.
Prinses / koningin Wilhelmina, dochter van koning Willem III
Klik voor haar en de overige Oranjes op het ijs op de onderstaande fotoknoppen.
Naar de bronnen
Voetnoot
1 Het rechthoekig etui is gemaakt van mahoniehout. Op de deksel is een metalen plaat bevestigd met de tekst: "IJs-vereeniging Thialf Heerenveen". Aan de binnenkant is er ruimte voor een insigne, een roset en een boekje met het reglement van de ijsvereniging uit 1869. Het insigne bestaat uit een Berlijns gouden schaats, hangend aan een geel blauw zijden lint. De rozet bestaat uit eenzelfde lint, half geel en half blauw, opgevouwen in een cirkel met in het middel een blauwe stip. Het insigne is een speciale uitvoering in het goud voor prins Willem (1840-1879), hij was erelid en erevoorzitter van de vereniging, alle andere leden hebben een zilveren schaats