Kortebaan

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis Nederland
  3. Vrouwenrijderij
  4. Spekrijderijen
  5. Op zes eieren
  6. Spelregels
  7. Nederlandse kampioenschappen kortebaanschaatsen
  8. Supersprint

Algemeen

Kortebaanwedstrijden op de Zuiderzee nabij Hindelopen in 1838

Kortebaanwedstrijden zijn schaatswedstrijden die, bij gebrek aan kunstijsbanen van de vereiste lengte, verreden worden als er natuurijs ligt. De afstanden zijn 160 meter bij de heren en 140 meter bij de dames. Kortebaan is niet hetzelfde als shorttrack, alhoewel deze term wel vertaald kán worden als kortebaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedenis Nederland

Schaatswedstrijd voor vrouwen op de stadsgracht in Leeuwarden op 21 Januari 1809
Nicolaas Baur

Rond 1800 werden er al, met name in Friesland en Groningen kortebaanwedstrijden verreden. Kastelijns organiseerden deze wedstrijden vaak zodat hun cafés of herbergen vol met gasten kwamen te zitten en er weddenschappen afgesloten konden worden. Er waren vaak duizenden toeschouwers aanwezig. Toen in 1805 op de stadsgrachten van Leeuwarden de eerste wedstrijd met 130 vrouwelijke deelnemers werd verreden, ontstond er opschudding omdat men van mening was dat het niet vrouwelijk was om deel te nemen aan een schaatswedstrijd.

Schaatswedstrijd te Harlingen 1829
Pindle naar J. Damen

Bovendien reden vrouwen, net als mannen in die tijd, in hun onderkleding over de baan. De gravure "Luisterrijke Vrouwen Schaatsen Rijdpartij" geeft een beeld van deze wedstrijd. In de beginperiode van het kortebaan schaatsen konden rijders vaak zilveren en gouden voorwerpen winnen. In 1803 was de prijs bij een kortebaanwedstrijd in Sneek bijvoorbeeld een zilveren tabaksdoos. Al snel werden deze voorwerpen vervangen door geldprijzen die halverwege de 19e eeuw 125 tot 150 gulden bedroegen. Zeer goede rijders konden in één winter een kapitaal bij elkaar schaatsen. In 1924 werd het eerste Nederlands Kampioenschap verreden en sinds 1947 staan de kortebaanwedstrijden onder de vleugels van de KNSB.

IJsverenigingen leveren 's winters vaak strijd om het organiseren van de eerste kortebaanwedstrijd op natuurijs. Een voorbeeld van een kortebaanklassieker is de Keizersrace in Amsterdam.

Vrouwenrijderij

De Luisterrijke Vrouwen Schaatschen Rijdparty is een gravure van J. E. Marcus. Hij geeft een beeld van de op 1 en 2 februari 1805 op de stadsgracht van Leeuwarden gehouden allereerste wedstrijd kortebaan schaatsen voor vrouwen.

Luisterijke Vrouwen Schaats Rijdpartij

De wedstrijd werd als een afvalrace gereden: telkens moesten twee schaatsers het tegen elkaar opnemen op een baan van zo’n 140 meter. De wedstrijd duurde twee dagen, veel deelneemsters schaatsten ’s avonds naar huis om zich de volgende ochtend weer te melden voor het vervolg van de race. Meer dan 10.000 toeschouwers bezochten de wedstrijd. Van de 130 deelneemsters wisten

Janke Wybes en Trijntje Pieters Westra zich te plaatsen voor de finale. Trijntje was uiteindelijk de snelste en won een gouden oorijzer ter waarde van 105 gulden. Janke ging met een kralenketting van gitten en een gouden slotje ter waarde van 31 gulden naar huis.

Spekrijderijen

Spotprent op de spekrijderijen (ca.1890)

Als de winter toesloeg barstte in Friesland niet alleen het volksvermaak op het ijs los, maar net als in de rest van Nederland nam ook de nood onder de armlastige bevolking - en dat was het grootste deel - schrikbarend toe. Plotseling was er geen werk meer en sociale voorzieningen bestonden niet of nauwelijks voor 1900. Geen werk, geen geld was de doodnormale gang van zaken. Wel spanden armenkassen, diakonieën van de kerken en stads-en dorpsbestuurders zich overal in om extra gelden te genereren om zo de algemene nood wat te verlichten door verstrekking van levensmiddelen en turf, zodat de kachel kon blijven branden.

De directies van de hardrijderijen op de schaats bleven daarbij niet achter. Bij de grote organisaties in de steden was er altijd winst. Dat bleek al tijdens de beroemde vrouwenrijderij van 2 februari 1805 in Leeuwarden. Een week nadat Trijntje Pieters Westra uit Poppingawier het gouden oorijzer had gewonnen, maakte A. Westerkamp, president van de Stads Armenkamer in Leeuwarden bekend dat er een 'aanzienlijk praesent' was ontvangen van de directie 'welck praesent op verzoek in deezen Maand als een extra Gifte aan de meest behoeftige Armen zal worden uitgedeeld.' Een milde gever had er nog 25 gulden aan toegevoegd.

Er werden daar buiten de hardrijderijen om ook inzamelingen gehouden om de hulpbehoevenden te helpen in zware wintertijden. Net als in Leeuwarden werd ook in Harlingen de winst van de hardrijderijen besteed aan verzorging van de armen. Van andere plaatsen zijn in de eerste decennia van de negentiende eeuw geen gegevens gevonden.

Op zes eieren

Kees van Eikeren met sjerp

Kortebaanschaatsen!

Generaties lang beheerst door Friezen. Maar opeens stond een Hollander aan de start. Een schaatser waar niemand in Friesland ooit van gehoord had. Dat werd snel anders. Op een dieet van zes leeggeslurpte eieren én een mok levertraan, greep Kees van Eikeren de nationale titel. Door Friesland ging een siddering.

Het zijn profs! Kerels die schaatsen voor het geld. Heel veel geld! Zakken vol met rinkelende, zilveren, rijksdaalders. Kortebaan schaatsers krijgen niet alleen prettige gevoelens in de onderbuik als de thermometer onder nul duikt, maar horen ook de kassa rammelen. Dat was toen, maar is ook nu. Wat de kermiskoers voor Vlaanderen is, is het kortebaan schaatsen voor Friesland. Ieder dorp zijn grote toernooi. Kasteleins en lokale schaatsclubs zorgen voor het prijzengeld. De grootste prijzenpot, de beste rijders. En niet van dat benepen kruideniersgedoe. De winter van 1946 had Friesland acht wedstrijddagen waar twintigduizend gulden te verdienen was. Een arbeider vond wekelijks vijftig piek in zijn loonzakje. In een goede winter kon een kortebaan schaatser meer verdienen dan een jaar hard werken bij een baas.
Kortebaanrijders dus. Man tegen man. Rammers over honderdzestig meter. De ongekroonde koningen van Friesland, alleen voorbijgestreefd door een Elfstedenwinnaar. Friese rijders staan met vorst op scherp. Ook in 1946. En opeens was daar een lange slungel. Een onbekende. Nog wel een Hollander! Op de fiets vanuit Badhoevedorp gekomen. Met zijn vader achterop. Kees van Eikeren wilde schaatsen. Langebaanwedstrijden.  Koersen georganiseerd door de KNSB. En daar was Kees niet welkom. De man beschikte niet over hoge Noren. Geen geld voor. Keesie deed het op zijn ouwe houten doorlopers.

Kees van Eikeren in duel


De eerste ijswinter van na de oorlog. In Friesland begon het carrousel van de kortebaanwedstrijden op volle toeren te draaien. Ieder dag meerdere wedstrijden. Alleen voor beroepsrijders. Veel bezoekers, fles Beerenburgh onder handbereik. Kees op zijn lullige houtjes was allesbehalve een krabbelaar, maar ook nog eens een platzakke, opportunistische avonturier. Een gevaarlijke combinatie. In de man school een kille premiejager. Clint Eastwood op gladde ijzers. Op de fiets met zijn doorlopers op de bagagedrager richting Heitelan. Meer dan tweehonderd kilometer. Zijn vader, tevens verzorger en trainer, met de trein. Lekker warm gereden, stond de Badhoevedorper aan het vertrek in Nylamer.
Wat die Hollander hier te zoeken had, roezemoesde het langs de baan.  Doekele Hielkema en Nico Bruinsma de trots van Friesland, heersers van de kortebaan, waren de onbetwiste favorieten voor de overwinning. Na de wedstrijd was het geroezemoes verstomd. Kees van Eikeren had les gelezen: zijn naam was gevestigd. Van Eikeren, slapend bij boeren kreeg de smaak te pakken. Met zijn vader achterop de fiets werd heel Friesland afgestroopt. Het werd een soort strafexpededitie.
Kees van Eikeren een natuurmens uit de Haarlemmermeer. Slurpte ‘s morgens zes eieren leeg en vrat vijf boterhammen met spek, weggespoeld met een mok levertraan. Zes eieren dus. Je moet er toch niet aan denken. Een doorsnee man krijgt onmiddellijk last van verstopte kransslagaderen, anders wel een ‘zware zak’. Niet voor een opportunistische hardrijder uit de Haarlemmermeer. De man won in Friesland nog drie grote wedstrijden en vertrok op zijn zwarte herenrijwiel richting Groningen. Op naar het  kortebaankampioenschap van Nederland.
Voor negenduizend verbijsterde Noordelingen bewees Kees van Eikeren dat hij en niemand anders recht op de titel had.  Een kampioenschap rijker en een goed gevulde beurs maar ook  vijf kilo lichter, kwam Van Eikeren terug in Badhoevedorp.

Kees van Eikeren in Apollohal

Foto 1: Kees van Eikerern met kampioenssherp. Foto 2: Links Kees van Eikeren. Foto 3: De Amsterdamse Apollohal kende vlak na de oorlog een piepklein indoor kunstijsbaantje. Net groot genoeg om daar de start op te trainen. Kees van Eikeren was een regelmatig bezoeker.

Bon: Weekblad Sportief jaargang 1946.

Geplaatst in Historische Sportverhalen. Tags: kees van eikeren, kortebaanschaatsen. Leave a Comment »

Spelregels

SPECIFIEKE BEPALINGEN HARDRIJDEN KORTEBAAN/SUPERSPRINT​

1. De in artikel 10 bedoelde wedstrijden kunnen worden verreden volgens de navolgende systemen:

a. wedstrijden volgens het afvalsysteem

b. wedstrijden op tijd (tijdwedstrijden)

c. wedstrijden volgens een systeem samengesteld uit het onder a en b bedoelde.

a. Wedstrijden volgens het afvalsysteem In twee ritten wordt bepaald wie van de twee deelnemers de snelste is. De winnaar gaat over naar de volgende ronde. De tweede rit kan in tegengestelde richting van de eerste rit worden gereden. Bij kampritten moet worden overgereden en behouden beide deelnemers hun eigen baan. Hebben beide deelnemers een rit gewonnen, dan wordt om de baan geloot en vindt een derde, beslissende rit plaats in dezelfde richting als de tweede rit. Wanneer men in een ronde 1x gediskwalificeerd wordt en de 2e en 3e rit wint, dan ga je door naar de volgende ronde. In het laatste geval is diegene winnaar, die twee van de drie ritten heeft gewonnen. De rijders die volgen op de eerste en de tweede prijswinnaar rijden om de volgende prijzen. Is bij de samenstelling der paren een rijder over doordat het aantal rijders oneven is dan krijgt deze deelnemer in de volgende ronde het laagste startnummer.

b. Bij de wedstrijden op tijd is de totaaltijd, gemaakt over twee ritten beslissend of men overgaat naar de volgende ronde. De scheidsrechter bepaalt hoeveel deelnemers overgaan naar de volgende ronde, kwartfinale en/of halve finale. De samenstelling der paren geschiedt aan de hand van de gemaakte tijden in de voorgaande ronde. Bij gelijke tijden in de achtste, kwart of halve finale gaat diegene over naar de volgende ronde, die na het rijden van 1 extra rit als winnaar wordt aangewezen. Om de baan zal worden geloot. De tijden moeten worden opgenomen met digitale stopwatches en in honderdsten van een seconde worden genoteerd. De vier snelste rijders van de halve finale komen in de finale en rijden een halve competitie, om de baan zal worden geloot. Winnaar is die deelnemer die in de finale over de drie ritten de snelste totaaltijd heeft gemaakt. Wanneer evenwel in de finale één der deelnemers alle drie zijn ritten heeft gewonnen dan is hij winnaar. Vervolgens die deelnemer die de volgende snelste totaaltijd heeft enz. Bij gelijke totaaltijden in de finale is de uitslag van de onderlinge rit in de finale bepalend voor de klassering. Indien één der finalisten in een finalerit wordt gediskwalificeerd, dan wordt hij in de uitslag als 4e vermeld en krijgt de daarbij behorende prijs. Kampioenswedstrijden moeten worden verreden volgens dit systeem.

c. Wedstrijden volgens een systeem samengesteld uit a. en b. In de eerste omloop wordt gereden op tijd. Dan bepaalt de scheidsrechter hoeveel deelnemers in de volgende omloop zullen uitkomen. Vervolgens wordt gereden volgens het bepaalde onder a.

 De baan

1. De breedte van de beide evenwijdige wedstrijdbanen is minimaal 4 meter. De lengte van de wedstrijdbaan bedraagt: voor heren 160 meter en voor dames 140 meter. Aan beide uiteinden van de wedstrijdbaan behoort een uitloop van tenminste 40 meter te zijn.

Nederlandse kampioenschappen kortebaanschaatsen

kortebaanwedstrijd voor mannen

De Nederlandse kampioenschappen kortebaanschaatsen worden sinds 1924 indien mogelijk jaarlijks op natuurijs verreden. Sinds 1947 staan de NK onder toezicht van de KNSB.

kortebaanwedstrijd vrouwen

Het nationaal kampioenschap wordt verreden volgens het kortebaan principe dus in een rechte lijn over 160 meter voor de mannen en 140 meter voor de vrouwen. Het kampioenschap bestaat uit verschillende rondes, in de eerste ronde rijden alle deelnemers twee keer de afstand, waarna de snelste zestien schaatsers doorgaan naar de tweede ronde. Uit deze tweede ronde gaan er acht door naar de halve finale en vervolgens vier door naar de finale. In die finale rijden alle rijders één keer tegen elkaar, als een rijder al zijn drie tegenstanders verslaat is hij of zij kampioen. Mocht er niemand drie ritoverwinningen hebben, dan worden de tijden en uit de finale opgeteld en is degene met de snelste tijd winnaar. Voor de plaatsen twee tot en met vier tellen altijd alleen de tijden.

Tussen 2004 en 2007 waren er in Nederland geen kunstijsbanen waar kortebaanwedstrijden verreden konden worden en was de sport afhankelijk van natuurijs, sinds 2007 kan het NK kortebaan bij gebrek aan natuurijs op de kunstijsbaan FlevOnice worden gehouden.

 

Aan de start

Op 22 december 2007 stond voor het eerst in jaren weer een "authentiek" NK Kortebaan op het programma. De vers geopende outdoor ijsbaan bij Biddinghuizen, FlevOnice, heeft die dag haar wedstrijd-debuut beleefd. In de totaal 5km lange baan met KNSB natuurijs-status is namelijk een brede rechte lijn opgenomen waar kortebaanwedstrijden over 160m doorgang kunnen vinden.

Op 11 januari 2010 werd het voorlaatste Nederlands kampioenschap gehouden. Jesper Hospes won toen de Nederlandse titel en Thijsje Oenema bij de vrouwen. Regerend kampioene is sinds 3 februari 2012 Laurine van Riessen[1] en bij de mannen prolongeerde Jesper Hospes op 6 februari 2012 zijn titel.

Supersprint

Door de opkomst van gestandaardiseerde 400-meterbanen konden er op steeds minder plekken kortebaanwedstrijden worden verreden. Sinds 2004 waren er in Nederland zelfs helemaal geen kunstijsbanen meer waar kortebaanwedstrijden verreden konden worden, waardoor de sport volledig afhankelijk werd van natuurijs. De KNSB riep daarom in 1990 de Nederlandse kampioenschappen schaatsen supersprint in het leven: wedstrijden over 2 keer 100 en 2 keer 300 meter, waarbij de vier eindtijden worden opgeteld. Deze kunnen op elke normale ijsbaan verreden worden. Op internationaal niveau werd tussen 2002 en 2009 tijdens de World Cups een aparte wedstrijd over 100 meter verreden en sinds 2005 wordt weer er sporadisch een NK over 100 meter verreden. Hier wordt met drie rijders tegelijk naast elkaar gereden.

Bronvermelding

Wikipedia

Nos.sport.nl

Op zes eieren, Weekblad sportief jaargang 1946

Ron Couwenhoven, Uit Hardrijderijen, Spekrijderijen

​Nicolaas Baur, Schaatswedstrijd voor vrouwen op de stadsgracht in Leeuwarden op 21 Januari 1809

J.Damen, Schaatswedstrijd te Harlingen 1829

schaatsen.nl - video en foto's

Bovenkant van de pagina