Elfstedentocht

 

Voor prachtige verhalen over de Elfstedentocht klik hier

De winnaarsmedaille (voor- en achterzijde) in 1909
(Collectie Eerste Friese Schaatsmuseum Hindeloopen)

De eerste schriftelijke verwijzing naar een Elfstedentocht op de schaats dateert al van 1749. Deze is afkomstig van de Friese volksdichter Boelardus Augustinus van Boelens die een groot deel van zijn leven op Bennema State in Hurdegaryp woonde. Een tweede mededeling volgt in 1763 en daarna pas weer één in 1809. Vanaf 1840 volgen de berichten over mensen die in één dag de elf Friese steden op de schaats bezochten elkaar snel op. Zeer bekend zijn de prestaties van de mensen die in de strenge winter van 1890/1891 hun briefjes of boekjes in de elf steden lieten aftekenen. Onder hen ook de latere initiatiefnemer van de georganiseerde Elfstedentocht Willem (Pim) Mulier, die op zondag 21 december 1890 de tocht in 13 uren reed. Op verzoek van Mulier - op dat moment secretaris van de  Nederlandse Bond van Lichamelijke Opvoeding (NBLO) – schreef de Friesche IJsbond op 2 januari 1909 de door Mulier ‘ontworpen’ tocht uit. Die ontstaansgeschiedenis deden we al uit de doeken in hoofdstuk 6 in het eerste deel van dit boek.

De veertien Elfstedentochten die zouden volgen, werden alle door de nu Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden georganiseerd. Wel is door de jaren heen steeds nauw samengewerkt met de Friesche IJsbond en de onder die bond ressorterende ijswegencentrales.

Het zilveren kruisje dat bij de tocht van 1909 werd geintroduceerd.

 

Datum Wedstrijd Toertocht
Zaterdag 2 januari 1909 22  
Woensdag 7 februari 1912 39 22
Zaterdag 27 januari 1917 45 108
Dinsdag 12 februari 1929 103 200
Zaterdag 16 december 1933 187 353
Dinsdag 30 januari 1940 688 2.716
Donderdag 6 februari 1941 574 1.925
Donderdag 22 januari 1942 970 3.887
Zaterdag 8 februari 1947 277 1.796
Woensdag 3 februari 1954 138 2.597
Dinsdag 14 februari 1956 259 6.070
Vrijdag 18 januari 1963 568 9.294
Donderdag 21 februari 1985 276 16.179
Woensdag 26 februari 1986 340 16.999
Zaterdag 4 januari 1997 301 16.430
Totaal aantal deelnemers   78.576

Het alom begeerde zilveren Elfstedenkruisje. Naast die kruisjes zijn in de Elfstedenhistorie tot tweemaal ook zogenaamde ‘rondjes’ uitgereikt. In 1940 kregen de rijders die tot Franeker waren gekomen naderhand zo’n ‘rondje’ thuis gestuurd. Zeven jaar later werd na de enige tocht waarin de deelnemers in alle elf steden konden starten dit kleinood verstrekt aan rijders die op diverse plaatsen vanwege het gevorderde uur en de duisternis niet verder mochten schaatsen.

 

 

 

Tolhuister Elfstedentocht

Naast de vijftien officiële tochten werd in 1929 nog een tweede, officieuze Elfstedentocht verreden. De Tolhuister Elfstedentocht op donderdag 28 februari - die het midden hield tussen een toertocht en een wedstrijd - werd georganiseerd door drie caféhouders uit Leeuwarden. De naam verwees naar de start- en finishplaats, het Oud Tolhuis aan de Groningerstraatweg in Leeuwarden. In totaal deden volgens de papieren 49 rijders mee, al twijfelen de Elfsteden-chroniqueurs of dat aantal wel klopt. Eerst aankomende was in elk geval Marten van der Kooij, geboren in Hindeloopen maar destijds groenteboer in Duivendrecht. Als tweede arriveerde wél een inwoner van Hindeloopen IJpe Smid en als derde Andela Swierstra uit Poppenwier.

‘Wilde Elfstedentochten’

De Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden geeft pas groen licht  voor een Elfstedentocht als het ijs dik genoeg is om de duizenden toerrijders over het ijs te kunnen laten gaan. Vaak is de ijsvloer dan al  langer geschikt voor het rijden door eenlingen of kleine groepjes. Niet altijd was de Friesche IJsbond er ven blij mee, maar in veel schaatswinters trokken geoefende schaatsers er dan op uit om op eigen houtje te proberen langs de elf steden te rijden. In de loop der jaren zijn op die manier door honderden schaatsers ‘wilde Elfstedentochten’ gereden, vooral in de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw.

Stempelkaart van een niet-officiële Elfstedentocht op 5 februari 1976. Johannes Osinga (Heeg) reed die tocht samen met Klaas Visser (IJlst) en Anne Tjerkstra (Sneek).
Op diezelfde dag wijdde de Leeuwarder Courant twee pagina’s aan een soortgelijk avontuur – een dag eerder – van Hylke Speerstra.
Johannes Osinga overleed overigens op 2 oktober 2010.

Genootschap ‘Us eigen houtsje’

Oorkonde van Jarig Wesseling (Stiens)

Begin 1996 nam Hans Zoet, medewerker van de AVRO-radio, het initiatief tot oprichting van het Genootschap ’Us Eigen Houtsje’. Dat genootschap - gesponsord door de Bavaria-brouwerij - stelde zich ten doel  de volbrengers van niet-officiële Elfstedentochten te eren. Potentiële Elfstedenrijders beleefden toen een teleurstellende: 1996 was goed voor veel ijs, maar net geen Elfstedentocht. Dus hadden veel liefhebbers van de lange afstand de gelegenheid te baat genomen om in kleine groepjes of alleen de elf Friese steden op één dag over ijs te bezoeken.

Op zondag 24 maart 1996 kwamen maar liefst 910 ‘wilde Elfstedenrijders’ , waaronder 297 Friezen, op uitnodiging van ‘Us eigen houtsje’ naar het IJsstadion Thialf. Allen kregen uit handen van de schaatsmastodonten Jeen van den Berg, Erik Hulzebosch, Atje Keulen-Deelstra, Henk Gemser of Ids Postma een oorkonde en een miniatuur houten schaats. De happening werd begeleid door  welluidend gezang van Anneke Douma. Het bestuur van de Vereniging De Friesche Elf Steden en de ijswegencentrales hadden wel een uitnodiging ontvangen, maar hielden zich afzijdig van het evenement waaraan zij part noch deel hadden gehad. Na deze eenmalige actie is het overigens rond dit genootschap stil geworden.

Bovenkant van de pagina