Waddinxveense schaats

Periode 1885 - 1940
Plaats productie De Waddinxveense schaats heeft een betrekkelijk klein verspreidingsgebied. Buiten Waddinxveen zijn ze vooral gemaakt in de provincie Utrecht en Zuid-Holland in Rotterdam en de directe omgeving. Ook de Overijsselse schaatsenmaker H.J.Gorter in Zwolle maakte dit model. Na 1910 zijn ze ook gemaakt door Friese makers.
Regio’s / plaatsen Provincie Friesland, Provincie Overijssel, Provincie Zuid-Holland, Waddinxveen
Land Nederland

Oorsprong

De Waddinxveense schaats is omstreeks 1885 waarschijnlijk ontworpen door de smeden gebroeders De Rooij uit Waddinxveen.

De schaats vormde een combinatie van de schoonrijschaats en de Ouderkerkse schaats. De schaats was geschikt voor baantjes rijden, het zwieren en het afleggen van korte tochten.

Buttingha Wichers pleitte er in 1888 voor dat de Nederlandse hardrijders zich zouden bedienen van schaatsen met een korte hals als die van de Waddinxveense (de lange halzen van de Friese schaatsen werden ondoelmatig geacht).

De schaats is echter onder hardrijders nooit populair geworden. Wel werd de Waddinxveense schaats geliefd als baanschaats.

Om die reden is een flink aantal Friese makers in het eerste kwart van de 20ste eeuw Waddinxveense schaatsen in hun assortiment gaan opnemen. Door het ontbreken van de hals en de aanwezigheid van de zeeglijn in het zijaanzicht worden ze ook wel bootjes of  schuitjes genoemd.

Bij de firma Nooitgedagt in IJlst sprak men altijd van Bergambachter schaatsen als men de Waddinxveense bedoelde. In de fabriek zelf werd de Waddinxveense schaats ook wel rivierkrabber genoemd, omdat hij voornamelijk werd verkocht in Rotterdam en op de Zuid-Hollandse eilanden.

Tijdens de mobilisatiewinter van 1939/1940 achtte het toenmalige Ministerie van Defensie het nuttig dat de Nederlandse soldaten ook oefenden op het ijs. De firma Nooitgedagt leverde toen een partij – inmiddels incourant geraakte – Waddinxveense schaatsen aan het toenmalige ministerie van Defensie.

Omschrijving

De schaats kenmerkt zich door een gedrongen uiterlijk. De hals ontbreekt nagenoeg. Wel eindigt de Waddinxveense schaats in een soortgelijk neusje als de Ouderkerkse, maar dit is bij de Waddinxveense vaak iets puntiger uitgevoerd. De hak is vrijwel altijd doorlopend.

Een enkele Zuid-Hollandse dorpssmid maakte Waddinxveense schaatsen met een korte hak. Het voetblad loopt met een zeeg naar de tenen op. Uitzonderlijk zijn Waddinxveense schaatsen met een korte schenkel bij de hak. Het gaat dan om eenvoudige smidsschaatsen.

Bron

Van Glis tot Klapschaats, 2001

Bovenkant van de pagina